Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Kraken

kraken = crujir

Infinitivo
kraken
Pasado
kraakte · kraakten
Perfecto
heeft gekraakt

Respuesta rápida

Kraken significa crujir. Pasado: kraakte (singular) y kraakten (plural). Participio: gekraakt, con hebben: ik heb gekraakt.

Practica kraken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikkraak
jijkraakt
hij/zij/hetkraakt
wijkraken
julliekraken
zijkraken

Pasado (verleden tijd)

ikkraakte
jijkraakte
hij/zij/hetkraakte
wijkraakten
julliekraakten
zijkraakten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gekraakt
jijhebt gekraakt
hij/zij/hetheeft gekraakt
wijhebben gekraakt
julliehebben gekraakt
zijhebben gekraakt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gekraakt
jijhad gekraakt
hij/zij/hethad gekraakt
wijhadden gekraakt
julliehadden gekraakt
zijhadden gekraakt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal kraken
jijzult kraken
hij/zij/hetzal kraken
wijzullen kraken
julliezullen kraken
zijzullen kraken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou kraken
jijzou kraken
hij/zij/hetzou kraken
wijzouden kraken
julliezouden kraken
zijzouden kraken

Practica kraken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

kraken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De oude trap bij elke stap.

  2. Pasado

    Het ijs onder onze voeten.

  3. Pretérito perfecto

    De dief gisteren de kluis .

  4. Oración subordinada

    Ik word wakker, omdat de vloer in de nacht .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es kraak. En el infinitivo kraken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (kraakte, kraakten) y el participio termina en -t (gekraakt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij kraakt, pero kraak jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de kraken?

kraakte (ik, jij, hij/zij/het) y kraakten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de kraken?

gekraakt, con hebben: ik heb gekraakt.

¿El verbo kraken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gekraakt, hij heeft gekraakt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.