Level A2 · Irregular, separable
Opdrinken conjugation
opdrinken = to drink up
- Infinitive
- opdrinken
- Past
- dronk op · dronken op
- Perfect
- heeft opgedronken
Quick answer
Opdrinken means to drink up. Past tense: dronk op (singular) and dronken op (plural). Past participle: opgedronken, with hebben: ik heb opgedronken.
Practise opdrinkenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | drink op |
| jij | drinkt op |
| hij/zij/het | drinkt op |
| wij | drinken op |
| jullie | drinken op |
| zij | drinken op |
Past (verleden tijd)
| ik | dronk op |
| jij | dronk op |
| hij/zij/het | dronk op |
| wij | dronken op |
| jullie | dronken op |
| zij | dronken op |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb opgedronken |
| jij | hebt opgedronken |
| hij/zij/het | heeft opgedronken |
| wij | hebben opgedronken |
| jullie | hebben opgedronken |
| zij | hebben opgedronken |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had opgedronken |
| jij | had opgedronken |
| hij/zij/het | had opgedronken |
| wij | hadden opgedronken |
| jullie | hadden opgedronken |
| zij | hadden opgedronken |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal opdrinken |
| jij | zult opdrinken |
| hij/zij/het | zal opdrinken |
| wij | zullen opdrinken |
| jullie | zullen opdrinken |
| zij | zullen opdrinken |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou opdrinken |
| jij | zou opdrinken |
| hij/zij/het | zou opdrinken |
| wij | zouden opdrinken |
| jullie | zouden opdrinken |
| zij | zouden opdrinken |
Opdrinken is a separable verb
In a main clause op goes to the end (ik drink op). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik opdrink). Participle: opgedronken.
| Main clause | ik drink op |
| Question | drink jij op? |
| Subordinate clause | … dat ik opdrink |
| With a modal verb | ik wil opdrinken |
| Perfect tense | ik heb opgedronken |
| With om ... te | om op te drinken |
| Imperative | drink op! |
Practise opdrinken
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: opdrinken, dronk op, opgedronken.
- Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik drink op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik opdrink, ... dat ik opdronk.
- In the participle, ge goes between the two parts: opgedronken.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of opdrinken?
dronk op (ik, jij, hij/zij/het) and dronken op (wij, jullie, zij).
What is the past participle of opdrinken?
opgedronken, with hebben: ik heb opgedronken.
Is opdrinken used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb opgedronken, hij heeft opgedronken.
Is opdrinken a separable verb?
Yes. In a main clause op goes to the end (ik drink op), in a subordinate clause it stays attached (dat ik opdrink). Participle: opgedronken.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.