Level B1 · Regular, separable
Neerleggen conjugation
neerleggen = to lay down, to accept
- Infinitive
- neerleggen
- Past
- legde neer · legden neer
- Perfect
- heeft neergelegd
Quick answer
Neerleggen means to lay down, to accept. Past tense: legde neer (singular) and legden neer (plural). Past participle: neergelegd, with hebben: ik heb neergelegd.
Practise neerleggenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | leg neer |
| jij | legt neer |
| hij/zij/het | legt neer |
| wij | leggen neer |
| jullie | leggen neer |
| zij | leggen neer |
Past (verleden tijd)
| ik | legde neer |
| jij | legde neer |
| hij/zij/het | legde neer |
| wij | legden neer |
| jullie | legden neer |
| zij | legden neer |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb neergelegd |
| jij | hebt neergelegd |
| hij/zij/het | heeft neergelegd |
| wij | hebben neergelegd |
| jullie | hebben neergelegd |
| zij | hebben neergelegd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had neergelegd |
| jij | had neergelegd |
| hij/zij/het | had neergelegd |
| wij | hadden neergelegd |
| jullie | hadden neergelegd |
| zij | hadden neergelegd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal neerleggen |
| jij | zult neerleggen |
| hij/zij/het | zal neerleggen |
| wij | zullen neerleggen |
| jullie | zullen neerleggen |
| zij | zullen neerleggen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou neerleggen |
| jij | zou neerleggen |
| hij/zij/het | zou neerleggen |
| wij | zouden neerleggen |
| jullie | zouden neerleggen |
| zij | zouden neerleggen |
Neerleggen is a separable verb
In a main clause neer goes to the end (ik leg neer). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik neerleg). Participle: neergelegd.
| Main clause | ik leg neer |
| Question | leg jij neer? |
| Subordinate clause | … dat ik neerleg |
| With a modal verb | ik wil neerleggen |
| Perfect tense | ik heb neergelegd |
| With om ... te | om neer te leggen |
| Imperative | leg neer! |
Practise neerleggen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is leg. The infinitive leggen has g before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (legde, legden) and the participle ends in -d (neergelegd).
- Separable verb. In a main clause the prefix neer goes to the end: ik leg neer. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik neerleg, ... dat ik neerlegde.
- In the participle, ge goes between the two parts: neergelegd.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of neerleggen?
legde neer (ik, jij, hij/zij/het) and legden neer (wij, jullie, zij).
What is the past participle of neerleggen?
neergelegd, with hebben: ik heb neergelegd.
Is neerleggen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb neergelegd, hij heeft neergelegd.
Is neerleggen a separable verb?
Yes. In a main clause neer goes to the end (ik leg neer), in a subordinate clause it stays attached (dat ik neerleg). Participle: neergelegd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.