Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Regular

Repareren conjugation

repareren = to repair

Infinitive
repareren
Past
repareerde · repareerden
Perfect
heeft gerepareerd

Quick answer

Repareren means to repair. Past tense: repareerde (singular) and repareerden (plural). Past participle: gerepareerd, with hebben: ik heb gerepareerd.

Practise repareren

Present (tegenwoordige tijd)

ikrepareer
jijrepareert
hij/zij/hetrepareert
wijrepareren
jullierepareren
zijrepareren

Past (verleden tijd)

ikrepareerde
jijrepareerde
hij/zij/hetrepareerde
wijrepareerden
jullierepareerden
zijrepareerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gerepareerd
jijhebt gerepareerd
hij/zij/hetheeft gerepareerd
wijhebben gerepareerd
julliehebben gerepareerd
zijhebben gerepareerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gerepareerd
jijhad gerepareerd
hij/zij/hethad gerepareerd
wijhadden gerepareerd
julliehadden gerepareerd
zijhadden gerepareerd

Future (toekomende tijd)

ikzal repareren
jijzult repareren
hij/zij/hetzal repareren
wijzullen repareren
julliezullen repareren
zijzullen repareren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou repareren
jijzou repareren
hij/zij/hetzou repareren
wijzouden repareren
julliezouden repareren
zijzouden repareren

Practise repareren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is repareer. The infinitive repareren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (repareerde, repareerden) and the participle ends in -d (gerepareerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij repareert, but repareer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of repareren?

repareerde (ik, jij, hij/zij/het) and repareerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of repareren?

gerepareerd, with hebben: ik heb gerepareerd.

Is repareren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gerepareerd, hij heeft gerepareerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.