Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Leiden

leiden = guiar, dirigir

Infinitivo
leiden
Pasado
leidde · leidden
Perfecto
heeft geleid

Respuesta rápida

Leiden significa guiar, dirigir. Pasado: leidde (singular) y leidden (plural). Participio: geleid, con hebben: ik heb geleid.

Practica leiden

Presente (tegenwoordige tijd)

ikleid
jijleidt
hij/zij/hetleidt
wijleiden
jullieleiden
zijleiden

Pasado (verleden tijd)

ikleidde
jijleidde
hij/zij/hetleidde
wijleidden
jullieleidden
zijleidden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geleid
jijhebt geleid
hij/zij/hetheeft geleid
wijhebben geleid
julliehebben geleid
zijhebben geleid

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geleid
jijhad geleid
hij/zij/hethad geleid
wijhadden geleid
julliehadden geleid
zijhadden geleid

Futuro (toekomende tijd)

ikzal leiden
jijzult leiden
hij/zij/hetzal leiden
wijzullen leiden
julliezullen leiden
zijzullen leiden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou leiden
jijzou leiden
hij/zij/hetzou leiden
wijzouden leiden
julliezouden leiden
zijzouden leiden

Practica leiden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

leiden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De gids de toeristen door het oude centrum.

  2. Pasado

    Onze trainer het team vorig jaar naar de finale.

  3. Pretérito perfecto

    Zij de vergadering vanochtend heel goed .

  4. Oración subordinada

    De kinderen volgen de juf omdat zij hen veilig naar school .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es leid. En el infinitivo leiden hay una d antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (leidde, leidden) y el participio termina en -d (geleid).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij leidt, pero leid jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de leiden?

leidde (ik, jij, hij/zij/het) y leidden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de leiden?

geleid, con hebben: ik heb geleid.

¿El verbo leiden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geleid, hij heeft geleid.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.