Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Leveren

leveren = entregar

Infinitivo
leveren
Pasado
leverde · leverden
Perfecto
heeft geleverd

Respuesta rápida

Leveren significa entregar. Pasado: leverde (singular) y leverden (plural). Participio: geleverd, con hebben: ik heb geleverd.

Practica leveren

Presente (tegenwoordige tijd)

iklever
jijlevert
hij/zij/hetlevert
wijleveren
jullieleveren
zijleveren

Pasado (verleden tijd)

ikleverde
jijleverde
hij/zij/hetleverde
wijleverden
jullieleverden
zijleverden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geleverd
jijhebt geleverd
hij/zij/hetheeft geleverd
wijhebben geleverd
julliehebben geleverd
zijhebben geleverd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geleverd
jijhad geleverd
hij/zij/hethad geleverd
wijhadden geleverd
julliehadden geleverd
zijhadden geleverd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal leveren
jijzult leveren
hij/zij/hetzal leveren
wijzullen leveren
julliezullen leveren
zijzullen leveren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou leveren
jijzou leveren
hij/zij/hetzou leveren
wijzouden leveren
julliezouden leveren
zijzouden leveren

Practica leveren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

leveren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De bakker elke dag vers brood aan het café.

  2. Pasado

    Het bedrijf de nieuwe bank gisteren.

  3. Oración subordinada

    Ik ben blij, omdat de winkel de tafel vandaag .

  4. Pasado

    Wij vorige week de bestelling aan de klant.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es lever. En el infinitivo leveren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (leverde, leverden) y el participio termina en -d (geleverd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij levert, pero lever jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de leveren?

leverde (ik, jij, hij/zij/het) y leverden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de leveren?

geleverd, con hebben: ik heb geleverd.

¿El verbo leveren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geleverd, hij heeft geleverd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.