Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Irregular, separable

Aanspreken conjugation

aanspreken = to address

Infinitive
aanspreken
Past
sprak aan · spraken aan
Perfect
heeft aangesproken

Quick answer

Aanspreken means to address. Past tense: sprak aan (singular) and spraken aan (plural). Past participle: aangesproken, with hebben: ik heb aangesproken.

Practise aanspreken

Present (tegenwoordige tijd)

ikspreek aan
jijspreekt aan
hij/zij/hetspreekt aan
wijspreken aan
julliespreken aan
zijspreken aan

Past (verleden tijd)

iksprak aan
jijsprak aan
hij/zij/hetsprak aan
wijspraken aan
julliespraken aan
zijspraken aan

Perfect (voltooide tijd)

ikheb aangesproken
jijhebt aangesproken
hij/zij/hetheeft aangesproken
wijhebben aangesproken
julliehebben aangesproken
zijhebben aangesproken

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad aangesproken
jijhad aangesproken
hij/zij/hethad aangesproken
wijhadden aangesproken
julliehadden aangesproken
zijhadden aangesproken

Future (toekomende tijd)

ikzal aanspreken
jijzult aanspreken
hij/zij/hetzal aanspreken
wijzullen aanspreken
julliezullen aanspreken
zijzullen aanspreken

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou aanspreken
jijzou aanspreken
hij/zij/hetzou aanspreken
wijzouden aanspreken
julliezouden aanspreken
zijzouden aanspreken

Aanspreken is a separable verb

In a main clause aan goes to the end (ik spreek aan). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik aanspreek). Participle: aangesproken.

Main clauseik spreek aan
Questionspreek jij aan?
Subordinate clause… dat ik aanspreek
With a modal verbik wil aanspreken
Perfect tenseik heb aangesproken
With om ... teom aan te spreken
Imperativespreek aan!

Separable verbs: rules and checker

Practise aanspreken

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: aanspreken, sprak aan, aangesproken.
  • Separable verb. In a main clause the prefix aan goes to the end: ik spreek aan. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik aanspreek, ... dat ik aansprak.
  • In the participle, ge goes between the two parts: aangesproken.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of aanspreken?

sprak aan (ik, jij, hij/zij/het) and spraken aan (wij, jullie, zij).

What is the past participle of aanspreken?

aangesproken, with hebben: ik heb aangesproken.

Is aanspreken used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb aangesproken, hij heeft aangesproken.

Is aanspreken a separable verb?

Yes. In a main clause aan goes to the end (ik spreek aan), in a subordinate clause it stays attached (dat ik aanspreek). Participle: aangesproken.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.