Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Maaien

maaien = segar

Infinitivo
maaien
Pasado
maaide · maaiden
Perfecto
heeft gemaaid

Respuesta rápida

Maaien significa segar. Pasado: maaide (singular) y maaiden (plural). Participio: gemaaid, con hebben: ik heb gemaaid.

Practica maaien

Presente (tegenwoordige tijd)

ikmaai
jijmaait
hij/zij/hetmaait
wijmaaien
julliemaaien
zijmaaien

Pasado (verleden tijd)

ikmaaide
jijmaaide
hij/zij/hetmaaide
wijmaaiden
julliemaaiden
zijmaaiden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gemaaid
jijhebt gemaaid
hij/zij/hetheeft gemaaid
wijhebben gemaaid
julliehebben gemaaid
zijhebben gemaaid

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gemaaid
jijhad gemaaid
hij/zij/hethad gemaaid
wijhadden gemaaid
julliehadden gemaaid
zijhadden gemaaid

Futuro (toekomende tijd)

ikzal maaien
jijzult maaien
hij/zij/hetzal maaien
wijzullen maaien
julliezullen maaien
zijzullen maaien

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou maaien
jijzou maaien
hij/zij/hetzou maaien
wijzouden maaien
julliezouden maaien
zijzouden maaien

Practica maaien

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

maaien en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn vader op zaterdag het gras in de tuin.

  2. Pasado

    De boer gisteren het veld naast ons huis.

  3. Pretérito perfecto

    Ik vanochtend het gras .

  4. Oración subordinada

    De buren klagen omdat wij zo vroeg .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es maai. En el infinitivo maaien hay una i antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (maaide, maaiden) y el participio termina en -d (gemaaid).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij maait, pero maai jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de maaien?

maaide (ik, jij, hij/zij/het) y maaiden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de maaien?

gemaaid, con hebben: ik heb gemaaid.

¿El verbo maaien va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gemaaid, hij heeft gemaaid.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.