Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, separable

Conjugación de Neerstorten

neerstorten = estrellarse

Infinitivo
neerstorten
Pasado
stortte neer · stortten neer
Perfecto
is neergestort

Respuesta rápida

Neerstorten significa estrellarse. Pasado: stortte neer (singular) y stortten neer (plural). Participio: neergestort, con zijn: ik ben neergestort.

Practica neerstorten

Presente (tegenwoordige tijd)

ikstort neer
jijstort neer
hij/zij/hetstort neer
wijstorten neer
julliestorten neer
zijstorten neer

Pasado (verleden tijd)

ikstortte neer
jijstortte neer
hij/zij/hetstortte neer
wijstortten neer
julliestortten neer
zijstortten neer

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben neergestort
jijbent neergestort
hij/zij/hetis neergestort
wijzijn neergestort
julliezijn neergestort
zijzijn neergestort

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas neergestort
jijwas neergestort
hij/zij/hetwas neergestort
wijwaren neergestort
julliewaren neergestort
zijwaren neergestort

Futuro (toekomende tijd)

ikzal neerstorten
jijzult neerstorten
hij/zij/hetzal neerstorten
wijzullen neerstorten
julliezullen neerstorten
zijzullen neerstorten

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou neerstorten
jijzou neerstorten
hij/zij/hetzou neerstorten
wijzouden neerstorten
julliezouden neerstorten
zijzouden neerstorten

Neerstorten es un verbo separable

En una oración principal neer va al final (ik stort neer). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik neerstort). Participio: neergestort.

Oración principalik stort neer
Preguntastort jij neer?
Oración subordinada… dat ik neerstort
Con un verbo modalik wil neerstorten
Pretérito perfectoik ben neergestort
Con om ... teom neer te storten
Imperativostort neer!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica neerstorten

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

neerstorten en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Het vliegtuig vanavond bijna in zee .

  2. Pasado

    Het kleine vliegtuig gisteren in een weiland .

  3. Pretérito perfecto

    De helikopter vlak bij het dorp .

  4. Pasado

    De stenen van de berg .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es stort. En el infinitivo storten hay una t antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (stortte, stortten) y el participio termina en -t (neergestort).
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo neer va al final: ik stort neer. En una subordinada se queda unido: ... dat ik neerstort, ... dat ik neerstortte.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: neergestort.
  • Perfecto con zijn: ik ben neergestort, no ik heb neergestort.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de neerstorten?

stortte neer (ik, jij, hij/zij/het) y stortten neer (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de neerstorten?

neergestort, con zijn: ik ben neergestort.

¿El verbo neerstorten va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben neergestort, hij is neergestort.

¿Es neerstorten un verbo separable?

Sí. En una oración principal neer va al final (ik stort neer), en una subordinada permanece unido (dat ik neerstort). Participio: neergestort.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.