Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Pesten

pesten = acosar

Infinitivo
pesten
Pasado
pestte · pestten
Perfecto
heeft gepest

Respuesta rápida

Pesten significa acosar. Pasado: pestte (singular) y pestten (plural). Participio: gepest, con hebben: ik heb gepest.

Practica pesten

Presente (tegenwoordige tijd)

ikpest
jijpest
hij/zij/hetpest
wijpesten
julliepesten
zijpesten

Pasado (verleden tijd)

ikpestte
jijpestte
hij/zij/hetpestte
wijpestten
julliepestten
zijpestten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gepest
jijhebt gepest
hij/zij/hetheeft gepest
wijhebben gepest
julliehebben gepest
zijhebben gepest

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gepest
jijhad gepest
hij/zij/hethad gepest
wijhadden gepest
julliehadden gepest
zijhadden gepest

Futuro (toekomende tijd)

ikzal pesten
jijzult pesten
hij/zij/hetzal pesten
wijzullen pesten
julliezullen pesten
zijzullen pesten

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou pesten
jijzou pesten
hij/zij/hetzou pesten
wijzouden pesten
julliezouden pesten
zijzouden pesten

Practica pesten

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

pesten en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Hij zijn kleine zusje soms een beetje.

  2. Pasado

    Vroeger ze me op school vaak.

  3. Pretérito perfecto

    De jongens de nieuwe leerling weer .

  4. Presente

    Jij je broer, en dat vindt hij echt niet leuk.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es pest. En el infinitivo pesten hay una t antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (pestte, pestten) y el participio termina en -t (gepest).

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de pesten?

pestte (ik, jij, hij/zij/het) y pestten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de pesten?

gepest, con hebben: ik heb gepest.

¿El verbo pesten va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gepest, hij heeft gepest.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.