Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Printen

printen = imprimir

Infinitivo
printen
Pasado
printte · printten
Perfecto
heeft geprint

Respuesta rápida

Printen significa imprimir. Pasado: printte (singular) y printten (plural). Participio: geprint, con hebben: ik heb geprint.

Practica printen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikprint
jijprint
hij/zij/hetprint
wijprinten
jullieprinten
zijprinten

Pasado (verleden tijd)

ikprintte
jijprintte
hij/zij/hetprintte
wijprintten
jullieprintten
zijprintten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geprint
jijhebt geprint
hij/zij/hetheeft geprint
wijhebben geprint
julliehebben geprint
zijhebben geprint

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geprint
jijhad geprint
hij/zij/hethad geprint
wijhadden geprint
julliehadden geprint
zijhadden geprint

Futuro (toekomende tijd)

ikzal printen
jijzult printen
hij/zij/hetzal printen
wijzullen printen
julliezullen printen
zijzullen printen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou printen
jijzou printen
hij/zij/hetzou printen
wijzouden printen
julliezouden printen
zijzouden printen

Practica printen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

printen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Wij de foto's op mooi papier.

  2. Pasado

    Gisteren zij de hele brief op school.

  3. Pretérito perfecto

    Jij het verkeerde bestand .

  4. Oración subordinada

    Hij liep naar de printer omdat hij zijn rapport wilde .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es print. En el infinitivo printen hay una t antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (printte, printten) y el participio termina en -t (geprint).

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de printen?

printte (ik, jij, hij/zij/het) y printten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de printen?

geprint, con hebben: ik heb geprint.

¿El verbo printen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geprint, hij heeft geprint.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.