Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Realiseren

realiseren = lograr, darse cuenta

Infinitivo
realiseren
Pasado
realiseerde · realiseerden
Perfecto
heeft gerealiseerd

Respuesta rápida

Realiseren significa lograr, darse cuenta. Pasado: realiseerde (singular) y realiseerden (plural). Participio: gerealiseerd, con hebben: ik heb gerealiseerd.

Practica realiseren

Presente (tegenwoordige tijd)

ikrealiseer
jijrealiseert
hij/zij/hetrealiseert
wijrealiseren
jullierealiseren
zijrealiseren

Pasado (verleden tijd)

ikrealiseerde
jijrealiseerde
hij/zij/hetrealiseerde
wijrealiseerden
jullierealiseerden
zijrealiseerden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gerealiseerd
jijhebt gerealiseerd
hij/zij/hetheeft gerealiseerd
wijhebben gerealiseerd
julliehebben gerealiseerd
zijhebben gerealiseerd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gerealiseerd
jijhad gerealiseerd
hij/zij/hethad gerealiseerd
wijhadden gerealiseerd
julliehadden gerealiseerd
zijhadden gerealiseerd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal realiseren
jijzult realiseren
hij/zij/hetzal realiseren
wijzullen realiseren
julliezullen realiseren
zijzullen realiseren

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou realiseren
jijzou realiseren
hij/zij/hetzou realiseren
wijzouden realiseren
julliezouden realiseren
zijzouden realiseren

Practica realiseren

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

realiseren en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Het bedrijf dit jaar een nieuw gebouw.

  2. Pasado

    De stad vorig jaar een groot park.

  3. Pretérito perfecto

    Wij ons doel eindelijk .

  4. Oración subordinada

    Ze zijn blij dat ze hun droom .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es realiseer. En el infinitivo realiseren hay una r antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (realiseerde, realiseerden) y el participio termina en -d (gerealiseerd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij realiseert, pero realiseer jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de realiseren?

realiseerde (ik, jij, hij/zij/het) y realiseerden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de realiseren?

gerealiseerd, con hebben: ik heb gerealiseerd.

¿El verbo realiseren va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gerealiseerd, hij heeft gerealiseerd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.