Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular, separable

Voorbereiden conjugation

voorbereiden = to prepare

Infinitive
voorbereiden
Past
bereidde voor · bereidden voor
Perfect
heeft voorbereid

Quick answer

Voorbereiden means to prepare. Past tense: bereidde voor (singular) and bereidden voor (plural). Past participle: voorbereid, with hebben: ik heb voorbereid.

Practise voorbereiden

Present (tegenwoordige tijd)

ikbereid voor
jijbereidt voor
hij/zij/hetbereidt voor
wijbereiden voor
julliebereiden voor
zijbereiden voor

Past (verleden tijd)

ikbereidde voor
jijbereidde voor
hij/zij/hetbereidde voor
wijbereidden voor
julliebereidden voor
zijbereidden voor

Perfect (voltooide tijd)

ikheb voorbereid
jijhebt voorbereid
hij/zij/hetheeft voorbereid
wijhebben voorbereid
julliehebben voorbereid
zijhebben voorbereid

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad voorbereid
jijhad voorbereid
hij/zij/hethad voorbereid
wijhadden voorbereid
julliehadden voorbereid
zijhadden voorbereid

Future (toekomende tijd)

ikzal voorbereiden
jijzult voorbereiden
hij/zij/hetzal voorbereiden
wijzullen voorbereiden
julliezullen voorbereiden
zijzullen voorbereiden

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou voorbereiden
jijzou voorbereiden
hij/zij/hetzou voorbereiden
wijzouden voorbereiden
julliezouden voorbereiden
zijzouden voorbereiden

Practise voorbereiden

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is bereid. The infinitive bereiden has d before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (bereidde, bereidden) and the participle ends in -d (voorbereid).
  • Separable verb. In a main clause the prefix voor goes to the end: ik bereid voor. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik voorbereid, ... dat ik voorbereidde.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of voorbereiden?

bereidde voor (ik, jij, hij/zij/het) and bereidden voor (wij, jullie, zij).

What is the past participle of voorbereiden?

voorbereid, with hebben: ik heb voorbereid.

Is voorbereiden used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb voorbereid, hij heeft voorbereid.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.