Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Regelen

regelen = organizar, regular

Infinitivo
regelen
Pasado
regelde · regelden
Perfecto
heeft geregeld

Respuesta rápida

Regelen significa organizar, regular. Pasado: regelde (singular) y regelden (plural). Participio: geregeld, con hebben: ik heb geregeld.

Practica regelen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikregel
jijregelt
hij/zij/hetregelt
wijregelen
jullieregelen
zijregelen

Pasado (verleden tijd)

ikregelde
jijregelde
hij/zij/hetregelde
wijregelden
jullieregelden
zijregelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geregeld
jijhebt geregeld
hij/zij/hetheeft geregeld
wijhebben geregeld
julliehebben geregeld
zijhebben geregeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geregeld
jijhad geregeld
hij/zij/hethad geregeld
wijhadden geregeld
julliehadden geregeld
zijhadden geregeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal regelen
jijzult regelen
hij/zij/hetzal regelen
wijzullen regelen
julliezullen regelen
zijzullen regelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou regelen
jijzou regelen
hij/zij/hetzou regelen
wijzouden regelen
julliezouden regelen
zijzouden regelen

Practica regelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

regelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn vader de reis naar Spanje.

  2. Pasado

    Wij gisteren een nieuwe afspraak met de dokter.

  3. Pretérito perfecto

    Jij alles heel goed .

  4. Oración subordinada

    Ik ben blij dat zij de kaartjes .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es regel. En el infinitivo regelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (regelde, regelden) y el participio termina en -d (geregeld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij regelt, pero regel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de regelen?

regelde (ik, jij, hij/zij/het) y regelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de regelen?

geregeld, con hebben: ik heb geregeld.

¿El verbo regelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geregeld, hij heeft geregeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.