Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular

Conjugación de Snijden

snijden = cortar

Infinitivo
snijden
Pasado
sneed · sneden
Perfecto
heeft gesneden

Respuesta rápida

Snijden significa cortar. Pasado: sneed (singular) y sneden (plural). Participio: gesneden, con hebben: ik heb gesneden.

Practica snijden

Presente (tegenwoordige tijd)

iksnij
jijsnijdt
hij/zij/hetsnijdt
wijsnijden
julliesnijden
zijsnijden

Pasado (verleden tijd)

iksneed
jijsneed
hij/zij/hetsneed
wijsneden
julliesneden
zijsneden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gesneden
jijhebt gesneden
hij/zij/hetheeft gesneden
wijhebben gesneden
julliehebben gesneden
zijhebben gesneden

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gesneden
jijhad gesneden
hij/zij/hethad gesneden
wijhadden gesneden
julliehadden gesneden
zijhadden gesneden

Futuro (toekomende tijd)

ikzal snijden
jijzult snijden
hij/zij/hetzal snijden
wijzullen snijden
julliezullen snijden
zijzullen snijden

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou snijden
jijzou snijden
hij/zij/hetzou snijden
wijzouden snijden
julliezouden snijden
zijzouden snijden

Practica snijden

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

snijden en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Pasado

    Mijn vader gisteren het brood met een groot mes.

  2. Pretérito perfecto

    Jullie de kaas al in blokjes .

  3. Oración subordinada

    Het is gevaarlijk als je met een bot mes .

  4. Pasado

    De kapper vorige week mijn haar heel kort.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: snijden, sneed, gesneden.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de snijden?

sneed (ik, jij, hij/zij/het) y sneden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de snijden?

gesneden, con hebben: ik heb gesneden.

¿El verbo snijden va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gesneden, hij heeft gesneden.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.