Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Irregular

Conjugación de Stijgen

stijgen = subir

Infinitivo
stijgen
Pasado
steeg · stegen
Perfecto
is gestegen

Respuesta rápida

Stijgen significa subir. Pasado: steeg (singular) y stegen (plural). Participio: gestegen, con zijn: ik ben gestegen.

Practica stijgen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikstijg
jijstijgt
hij/zij/hetstijgt
wijstijgen
julliestijgen
zijstijgen

Pasado (verleden tijd)

iksteeg
jijsteeg
hij/zij/hetsteeg
wijstegen
julliestegen
zijstegen

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikben gestegen
jijbent gestegen
hij/zij/hetis gestegen
wijzijn gestegen
julliezijn gestegen
zijzijn gestegen

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikwas gestegen
jijwas gestegen
hij/zij/hetwas gestegen
wijwaren gestegen
julliewaren gestegen
zijwaren gestegen

Futuro (toekomende tijd)

ikzal stijgen
jijzult stijgen
hij/zij/hetzal stijgen
wijzullen stijgen
julliezullen stijgen
zijzullen stijgen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou stijgen
jijzou stijgen
hij/zij/hetzou stijgen
wijzouden stijgen
julliezouden stijgen
zijzouden stijgen

Practica stijgen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

stijgen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De prijs van brood elk jaar een beetje.

  2. Pasado

    De temperatuur gisteren snel naar dertig graden.

  3. Pretérito perfecto

    De huurprijzen dit jaar sterk .

  4. Oración subordinada

    Wij blijven binnen omdat het water in de rivier .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: stijgen, steeg, gestegen.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij stijgt, pero stijg jij?
  • Perfecto con zijn: ik ben gestegen, no ik heb gestegen.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de stijgen?

steeg (ik, jij, hij/zij/het) y stegen (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de stijgen?

gestegen, con zijn: ik ben gestegen.

¿El verbo stijgen va con hebben o con zijn?

Con zijn: ik ben gestegen, hij is gestegen.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.