Niveau A2 · Onregelmatig
Vervoeging van Stijgen
stijgen = to rise, go up
- Hele werkwoord
- stijgen
- Verleden tijd
- steeg · stegen
- Voltooide tijd
- is gestegen
Kort antwoord
Stijgen is in het Engels to rise, go up. Verleden tijd: steeg (enkelvoud) en stegen (meervoud). Voltooid deelwoord: gestegen, met zijn: ik ben gestegen.
Oefen stijgenTegenwoordige tijd
| ik | stijg |
| jij | stijgt |
| hij/zij/het | stijgt |
| wij | stijgen |
| jullie | stijgen |
| zij | stijgen |
Verleden tijd
| ik | steeg |
| jij | steeg |
| hij/zij/het | steeg |
| wij | stegen |
| jullie | stegen |
| zij | stegen |
Voltooide tijd
| ik | ben gestegen |
| jij | bent gestegen |
| hij/zij/het | is gestegen |
| wij | zijn gestegen |
| jullie | zijn gestegen |
| zij | zijn gestegen |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gestegen |
| jij | was gestegen |
| hij/zij/het | was gestegen |
| wij | waren gestegen |
| jullie | waren gestegen |
| zij | waren gestegen |
Toekomende tijd
| ik | zal stijgen |
| jij | zult stijgen |
| hij/zij/het | zal stijgen |
| wij | zullen stijgen |
| jullie | zullen stijgen |
| zij | zullen stijgen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou stijgen |
| jij | zou stijgen |
| hij/zij/het | zou stijgen |
| wij | zouden stijgen |
| jullie | zouden stijgen |
| zij | zouden stijgen |
Oefen stijgen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
stijgen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: stijgen, steeg, gestegen.
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij stijgt, maar stijg jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gestegen, niet ik heb gestegen.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van stijgen?
steeg (ik, jij, hij/zij/het) en stegen (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van stijgen?
gestegen, met zijn: ik ben gestegen.
Gebruik je stijgen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gestegen, hij is gestegen.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.