Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Tekenen

tekenen = dibujar, firmar

Infinitivo
tekenen
Pasado
tekende · tekenden
Perfecto
heeft getekend

Respuesta rápida

Tekenen significa dibujar, firmar. Pasado: tekende (singular) y tekenden (plural). Participio: getekend, con hebben: ik heb getekend.

Practica tekenen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikteken
jijtekent
hij/zij/hettekent
wijtekenen
jullietekenen
zijtekenen

Pasado (verleden tijd)

iktekende
jijtekende
hij/zij/hettekende
wijtekenden
jullietekenden
zijtekenden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb getekend
jijhebt getekend
hij/zij/hetheeft getekend
wijhebben getekend
julliehebben getekend
zijhebben getekend

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad getekend
jijhad getekend
hij/zij/hethad getekend
wijhadden getekend
julliehadden getekend
zijhadden getekend

Futuro (toekomende tijd)

ikzal tekenen
jijzult tekenen
hij/zij/hetzal tekenen
wijzullen tekenen
julliezullen tekenen
zijzullen tekenen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou tekenen
jijzou tekenen
hij/zij/hetzou tekenen
wijzouden tekenen
julliezouden tekenen
zijzouden tekenen

Practica tekenen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

tekenen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn zoontje elke middag een mooie tekening.

  2. Pasado

    Gisteren wij samen een groot huis op papier.

  3. Pretérito perfecto

    Jij het contract gisteren al .

  4. Oración subordinada

    Ik blijf thuis omdat ik vanavond een portret wil .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es teken. En el infinitivo tekenen hay una n antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (tekende, tekenden) y el participio termina en -d (getekend).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij tekent, pero teken jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de tekenen?

tekende (ik, jij, hij/zij/het) y tekenden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de tekenen?

getekend, con hebben: ik heb getekend.

¿El verbo tekenen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb getekend, hij heeft getekend.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.