Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Twinkelen

twinkelen = centellear

Infinitivo
twinkelen
Pasado
twinkelde · twinkelden
Perfecto
heeft getwinkeld

Respuesta rápida

Twinkelen significa centellear. Pasado: twinkelde (singular) y twinkelden (plural). Participio: getwinkeld, con hebben: ik heb getwinkeld.

Practica twinkelen

Presente (tegenwoordige tijd)

iktwinkel
jijtwinkelt
hij/zij/hettwinkelt
wijtwinkelen
jullietwinkelen
zijtwinkelen

Pasado (verleden tijd)

iktwinkelde
jijtwinkelde
hij/zij/hettwinkelde
wijtwinkelden
jullietwinkelden
zijtwinkelden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb getwinkeld
jijhebt getwinkeld
hij/zij/hetheeft getwinkeld
wijhebben getwinkeld
julliehebben getwinkeld
zijhebben getwinkeld

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad getwinkeld
jijhad getwinkeld
hij/zij/hethad getwinkeld
wijhadden getwinkeld
julliehadden getwinkeld
zijhadden getwinkeld

Futuro (toekomende tijd)

ikzal twinkelen
jijzult twinkelen
hij/zij/hetzal twinkelen
wijzullen twinkelen
julliezullen twinkelen
zijzullen twinkelen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou twinkelen
jijzou twinkelen
hij/zij/hetzou twinkelen
wijzouden twinkelen
julliezouden twinkelen
zijzouden twinkelen

Practica twinkelen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

twinkelen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    De sterren vanavond heel mooi aan de hemel.

  2. Pasado

    Haar ogen van blijdschap toen ze het cadeau zag.

  3. Pretérito perfecto

    De lichtjes in de kerstboom de hele avond .

  4. Oración subordinada

    Ik hou van de nacht omdat de sterren dan zo mooi .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es twinkel. En el infinitivo twinkelen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (twinkelde, twinkelden) y el participio termina en -d (getwinkeld).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij twinkelt, pero twinkel jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de twinkelen?

twinkelde (ik, jij, hij/zij/het) y twinkelden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de twinkelen?

getwinkeld, con hebben: ik heb getwinkeld.

¿El verbo twinkelen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb getwinkeld, hij heeft getwinkeld.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.