Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B2 · Regular

Twinkelen conjugation

twinkelen = to twinkle

Infinitive
twinkelen
Past
twinkelde · twinkelden
Perfect
heeft getwinkeld

Quick answer

Twinkelen means to twinkle. Past tense: twinkelde (singular) and twinkelden (plural). Past participle: getwinkeld, with hebben: ik heb getwinkeld.

Practise twinkelen

Present (tegenwoordige tijd)

iktwinkel
jijtwinkelt
hij/zij/hettwinkelt
wijtwinkelen
jullietwinkelen
zijtwinkelen

Past (verleden tijd)

iktwinkelde
jijtwinkelde
hij/zij/hettwinkelde
wijtwinkelden
jullietwinkelden
zijtwinkelden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb getwinkeld
jijhebt getwinkeld
hij/zij/hetheeft getwinkeld
wijhebben getwinkeld
julliehebben getwinkeld
zijhebben getwinkeld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad getwinkeld
jijhad getwinkeld
hij/zij/hethad getwinkeld
wijhadden getwinkeld
julliehadden getwinkeld
zijhadden getwinkeld

Future (toekomende tijd)

ikzal twinkelen
jijzult twinkelen
hij/zij/hetzal twinkelen
wijzullen twinkelen
julliezullen twinkelen
zijzullen twinkelen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou twinkelen
jijzou twinkelen
hij/zij/hetzou twinkelen
wijzouden twinkelen
julliezouden twinkelen
zijzouden twinkelen

Practise twinkelen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is twinkel. The infinitive twinkelen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (twinkelde, twinkelden) and the participle ends in -d (getwinkeld).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij twinkelt, but twinkel jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of twinkelen?

twinkelde (ik, jij, hij/zij/het) and twinkelden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of twinkelen?

getwinkeld, with hebben: ik heb getwinkeld.

Is twinkelen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb getwinkeld, hij heeft getwinkeld.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.