Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Twinkelen
twinkelen = to twinkle
- Hele werkwoord
- twinkelen
- Verleden tijd
- twinkelde · twinkelden
- Voltooide tijd
- heeft getwinkeld
Kort antwoord
Twinkelen is in het Engels to twinkle. Verleden tijd: twinkelde (enkelvoud) en twinkelden (meervoud). Voltooid deelwoord: getwinkeld, met hebben: ik heb getwinkeld.
Oefen twinkelenTegenwoordige tijd
| ik | twinkel |
| jij | twinkelt |
| hij/zij/het | twinkelt |
| wij | twinkelen |
| jullie | twinkelen |
| zij | twinkelen |
Verleden tijd
| ik | twinkelde |
| jij | twinkelde |
| hij/zij/het | twinkelde |
| wij | twinkelden |
| jullie | twinkelden |
| zij | twinkelden |
Voltooide tijd
| ik | heb getwinkeld |
| jij | hebt getwinkeld |
| hij/zij/het | heeft getwinkeld |
| wij | hebben getwinkeld |
| jullie | hebben getwinkeld |
| zij | hebben getwinkeld |
Voltooid verleden tijd
| ik | had getwinkeld |
| jij | had getwinkeld |
| hij/zij/het | had getwinkeld |
| wij | hadden getwinkeld |
| jullie | hadden getwinkeld |
| zij | hadden getwinkeld |
Toekomende tijd
| ik | zal twinkelen |
| jij | zult twinkelen |
| hij/zij/het | zal twinkelen |
| wij | zullen twinkelen |
| jullie | zullen twinkelen |
| zij | zullen twinkelen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou twinkelen |
| jij | zou twinkelen |
| hij/zij/het | zou twinkelen |
| wij | zouden twinkelen |
| jullie | zouden twinkelen |
| zij | zouden twinkelen |
Oefen twinkelen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
twinkelen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is twinkel. In twinkelen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (twinkelde, twinkelden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (getwinkeld).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij twinkelt, maar twinkel jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van twinkelen?
twinkelde (ik, jij, hij/zij/het) en twinkelden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van twinkelen?
getwinkeld, met hebben: ik heb getwinkeld.
Gebruik je twinkelen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb getwinkeld, hij heeft getwinkeld.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.