Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Irregular, separable

Conjugación de Uitspreken

uitspreken = pronunciar

Infinitivo
uitspreken
Pasado
sprak uit · spraken uit
Perfecto
heeft uitgesproken

Respuesta rápida

Uitspreken significa pronunciar. Pasado: sprak uit (singular) y spraken uit (plural). Participio: uitgesproken, con hebben: ik heb uitgesproken.

Practica uitspreken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikspreek uit
jijspreekt uit
hij/zij/hetspreekt uit
wijspreken uit
julliespreken uit
zijspreken uit

Pasado (verleden tijd)

iksprak uit
jijsprak uit
hij/zij/hetsprak uit
wijspraken uit
julliespraken uit
zijspraken uit

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb uitgesproken
jijhebt uitgesproken
hij/zij/hetheeft uitgesproken
wijhebben uitgesproken
julliehebben uitgesproken
zijhebben uitgesproken

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgesproken
jijhad uitgesproken
hij/zij/hethad uitgesproken
wijhadden uitgesproken
julliehadden uitgesproken
zijhadden uitgesproken

Futuro (toekomende tijd)

ikzal uitspreken
jijzult uitspreken
hij/zij/hetzal uitspreken
wijzullen uitspreken
julliezullen uitspreken
zijzullen uitspreken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitspreken
jijzou uitspreken
hij/zij/hetzou uitspreken
wijzouden uitspreken
julliezouden uitspreken
zijzouden uitspreken

Uitspreken es un verbo separable

En una oración principal uit va al final (ik spreek uit). En una subordinada las dos partes permanecen juntas (dat ik uitspreek). Participio: uitgesproken.

Oración principalik spreek uit
Preguntaspreek jij uit?
Oración subordinada… dat ik uitspreek
Con un verbo modalik wil uitspreken
Pretérito perfectoik heb uitgesproken
Con om ... teom uit te spreken
Imperativospreek uit!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica uitspreken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

uitspreken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jij dit moeilijke woord heel goed .

  2. Pasado

    De leraar elk woord langzaam .

  3. Pretérito perfecto

    Ik zijn naam gisteren verkeerd .

  4. Pasado

    Wij de lange Nederlandse woorden in de les hardop .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: uitspreken, sprak uit, uitgesproken.
  • Verbo separable. En una oración principal el prefijo uit va al final: ik spreek uit. En una subordinada se queda unido: ... dat ik uitspreek, ... dat ik uitsprak.
  • En el participio, ge va entre las dos partes: uitgesproken.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de uitspreken?

sprak uit (ik, jij, hij/zij/het) y spraken uit (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de uitspreken?

uitgesproken, con hebben: ik heb uitgesproken.

¿El verbo uitspreken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb uitgesproken, hij heeft uitgesproken.

¿Es uitspreken un verbo separable?

Sí. En una oración principal uit va al final (ik spreek uit), en una subordinada permanece unido (dat ik uitspreek). Participio: uitgesproken.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.