Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Uitspreken
uitspreken = to pronounce
- Hele werkwoord
- uitspreken
- Verleden tijd
- sprak uit · spraken uit
- Voltooide tijd
- heeft uitgesproken
Kort antwoord
Uitspreken is in het Engels to pronounce. Verleden tijd: sprak uit (enkelvoud) en spraken uit (meervoud). Voltooid deelwoord: uitgesproken, met hebben: ik heb uitgesproken.
Oefen uitsprekenTegenwoordige tijd
| ik | spreek uit |
| jij | spreekt uit |
| hij/zij/het | spreekt uit |
| wij | spreken uit |
| jullie | spreken uit |
| zij | spreken uit |
Verleden tijd
| ik | sprak uit |
| jij | sprak uit |
| hij/zij/het | sprak uit |
| wij | spraken uit |
| jullie | spraken uit |
| zij | spraken uit |
Voltooide tijd
| ik | heb uitgesproken |
| jij | hebt uitgesproken |
| hij/zij/het | heeft uitgesproken |
| wij | hebben uitgesproken |
| jullie | hebben uitgesproken |
| zij | hebben uitgesproken |
Voltooid verleden tijd
| ik | had uitgesproken |
| jij | had uitgesproken |
| hij/zij/het | had uitgesproken |
| wij | hadden uitgesproken |
| jullie | hadden uitgesproken |
| zij | hadden uitgesproken |
Toekomende tijd
| ik | zal uitspreken |
| jij | zult uitspreken |
| hij/zij/het | zal uitspreken |
| wij | zullen uitspreken |
| jullie | zullen uitspreken |
| zij | zullen uitspreken |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou uitspreken |
| jij | zou uitspreken |
| hij/zij/het | zou uitspreken |
| wij | zouden uitspreken |
| jullie | zouden uitspreken |
| zij | zouden uitspreken |
Uitspreken is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik spreek uit). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik uitspreek). Voltooid deelwoord: uitgesproken.
| Hoofdzin | ik spreek uit |
| Vraag | spreek jij uit? |
| Bijzin | … dat ik uitspreek |
| Met een modaal werkwoord | ik wil uitspreken |
| Voltooide tijd | ik heb uitgesproken |
| Met om ... te | om uit te spreken |
| Gebiedende wijs | spreek uit! |
Oefen uitspreken
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
uitspreken in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: uitspreken, sprak uit, uitgesproken.
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat uit naar het eind: ik spreek uit. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik uitspreek, ... dat ik uitsprak.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: uitgesproken.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van uitspreken?
sprak uit (ik, jij, hij/zij/het) en spraken uit (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van uitspreken?
uitgesproken, met hebben: ik heb uitgesproken.
Gebruik je uitspreken met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb uitgesproken, hij heeft uitgesproken.
Is uitspreken een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat uit naar het einde (ik spreek uit), in een bijzin blijft het vast (dat ik uitspreek). Voltooid deelwoord: uitgesproken.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.