Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Vegen

vegen = barrer, cepillar

Infinitivo
vegen
Pasado
veegde · veegden
Perfecto
heeft geveegd

Respuesta rápida

Vegen significa barrer, cepillar. Pasado: veegde (singular) y veegden (plural). Participio: geveegd, con hebben: ik heb geveegd.

Practica vegen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikveeg
jijveegt
hij/zij/hetveegt
wijvegen
jullievegen
zijvegen

Pasado (verleden tijd)

ikveegde
jijveegde
hij/zij/hetveegde
wijveegden
jullieveegden
zijveegden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb geveegd
jijhebt geveegd
hij/zij/hetheeft geveegd
wijhebben geveegd
julliehebben geveegd
zijhebben geveegd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad geveegd
jijhad geveegd
hij/zij/hethad geveegd
wijhadden geveegd
julliehadden geveegd
zijhadden geveegd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal vegen
jijzult vegen
hij/zij/hetzal vegen
wijzullen vegen
julliezullen vegen
zijzullen vegen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou vegen
jijzou vegen
hij/zij/hetzou vegen
wijzouden vegen
julliezouden vegen
zijzouden vegen

Practica vegen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

vegen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Ik elke ochtend de keukenvloer.

  2. Pasado

    Gisteren zij de bladeren van het pad.

  3. Pretérito perfecto

    Jullie de straat vandaag mooi .

  4. Presente

    Als het regent, wij de terrassen niet.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es veeg. En el infinitivo vegen hay una g antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (veegde, veegden) y el participio termina en -d (geveegd).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij veegt, pero veeg jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de vegen?

veegde (ik, jij, hij/zij/het) y veegden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de vegen?

geveegd, con hebben: ik heb geveegd.

¿El verbo vegen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb geveegd, hij heeft geveegd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.