Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular

Combineren conjugation

combineren = to combine

Infinitive
combineren
Past
combineerde · combineerden
Perfect
heeft gecombineerd

Quick answer

Combineren means to combine. Past tense: combineerde (singular) and combineerden (plural). Past participle: gecombineerd, with hebben: ik heb gecombineerd.

Practise combineren

Present (tegenwoordige tijd)

ikcombineer
jijcombineert
hij/zij/hetcombineert
wijcombineren
julliecombineren
zijcombineren

Past (verleden tijd)

ikcombineerde
jijcombineerde
hij/zij/hetcombineerde
wijcombineerden
julliecombineerden
zijcombineerden

Perfect (voltooide tijd)

ikheb gecombineerd
jijhebt gecombineerd
hij/zij/hetheeft gecombineerd
wijhebben gecombineerd
julliehebben gecombineerd
zijhebben gecombineerd

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad gecombineerd
jijhad gecombineerd
hij/zij/hethad gecombineerd
wijhadden gecombineerd
julliehadden gecombineerd
zijhadden gecombineerd

Future (toekomende tijd)

ikzal combineren
jijzult combineren
hij/zij/hetzal combineren
wijzullen combineren
julliezullen combineren
zijzullen combineren

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou combineren
jijzou combineren
hij/zij/hetzou combineren
wijzouden combineren
julliezouden combineren
zijzouden combineren

Practise combineren

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is combineer. The infinitive combineren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (combineerde, combineerden) and the participle ends in -d (gecombineerd).
  • When jij comes after the verb, the -t drops: jij combineert, but combineer jij?

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of combineren?

combineerde (ik, jij, hij/zij/het) and combineerden (wij, jullie, zij).

What is the past participle of combineren?

gecombineerd, with hebben: ik heb gecombineerd.

Is combineren used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb gecombineerd, hij heeft gecombineerd.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.