Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular, no separable

Conjugación de Verbazen

verbazen = asombrar

Infinitivo
verbazen
Pasado
verbaasde · verbaasden
Perfecto
heeft verbaasd

Respuesta rápida

Verbazen significa asombrar. Pasado: verbaasde (singular) y verbaasden (plural). Participio: verbaasd, con hebben: ik heb verbaasd.

Practica verbazen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikverbaas
jijverbaast
hij/zij/hetverbaast
wijverbazen
jullieverbazen
zijverbazen

Pasado (verleden tijd)

ikverbaasde
jijverbaasde
hij/zij/hetverbaasde
wijverbaasden
jullieverbaasden
zijverbaasden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb verbaasd
jijhebt verbaasd
hij/zij/hetheeft verbaasd
wijhebben verbaasd
julliehebben verbaasd
zijhebben verbaasd

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad verbaasd
jijhad verbaasd
hij/zij/hethad verbaasd
wijhadden verbaasd
julliehadden verbaasd
zijhadden verbaasd

Futuro (toekomende tijd)

ikzal verbazen
jijzult verbazen
hij/zij/hetzal verbazen
wijzullen verbazen
julliezullen verbazen
zijzullen verbazen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verbazen
jijzou verbazen
hij/zij/hetzou verbazen
wijzouden verbazen
julliezouden verbazen
zijzouden verbazen

Verbazen no es separable

El prefijo ver- permanece unido al verbo en todas las oraciones (ik verbaas, dat ik verbaas), y el participio no lleva ge- adicional: verbaasd.

Oración principalik verbaas
Preguntaverbaas jij?
Oración subordinada… dat ik verbaas
Con un verbo modalik wil verbazen
Pretérito perfectoik heb verbaasd
Con om ... teom te verbazen
Imperativoverbaas!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica verbazen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

verbazen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Jouw antwoord mij elke keer weer.

  2. Pasado

    Het goede nieuws ons allemaal.

  3. Pretérito perfecto

    Zijn grote cadeau de kinderen .

  4. Pasado

    Toen zij de taart zag, het haar hoe groot hij was.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es verbaas. En el infinitivo verbazen hay una z antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (verbaasde, verbaasden) y el participio termina en -d (verbaasd).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: verbaasd.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij verbaast, pero verbaas jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de verbazen?

verbaasde (ik, jij, hij/zij/het) y verbaasden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de verbazen?

verbaasd, con hebben: ik heb verbaasd.

¿El verbo verbazen va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb verbaasd, hij heeft verbaasd.

¿Es verbazen un verbo separable?

No. El prefijo ver- nunca se separa de verbazen (ik verbaas, dat ik verbaas), y el participio no lleva ge- adicional: verbaasd.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.