Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Irregular, no separable

Conjugación de Verblijven

verblijven = residir

Infinitivo
verblijven
Pasado
verbleef · verbleven
Perfecto
heeft verbleven

Respuesta rápida

Verblijven significa residir. Pasado: verbleef (singular) y verbleven (plural). Participio: verbleven, con hebben: ik heb verbleven.

Practica verblijven

Presente (tegenwoordige tijd)

ikverblijf
jijverblijft
hij/zij/hetverblijft
wijverblijven
jullieverblijven
zijverblijven

Pasado (verleden tijd)

ikverbleef
jijverbleef
hij/zij/hetverbleef
wijverbleven
jullieverbleven
zijverbleven

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb verbleven
jijhebt verbleven
hij/zij/hetheeft verbleven
wijhebben verbleven
julliehebben verbleven
zijhebben verbleven

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad verbleven
jijhad verbleven
hij/zij/hethad verbleven
wijhadden verbleven
julliehadden verbleven
zijhadden verbleven

Futuro (toekomende tijd)

ikzal verblijven
jijzult verblijven
hij/zij/hetzal verblijven
wijzullen verblijven
julliezullen verblijven
zijzullen verblijven

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou verblijven
jijzou verblijven
hij/zij/hetzou verblijven
wijzouden verblijven
julliezouden verblijven
zijzouden verblijven

Verblijven no es separable

El prefijo ver- permanece unido al verbo en todas las oraciones (ik verblijf, dat ik verblijf), y el participio no lleva ge- adicional: verbleven.

Oración principalik verblijf
Preguntaverblijf jij?
Oración subordinada… dat ik verblijf
Con un verbo modalik wil verblijven
Pretérito perfectoik heb verbleven
Con om ... teom te verblijven
Imperativoverblijf!

Verbos separables: reglas y comprobador

Practica verblijven

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

verblijven en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Wij deze week in een klein hotel aan zee.

  2. Pasado

    De toeristen drie nachten in de stad.

  3. Presente

    Jij tijdens de vakantie in een mooi appartement.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo irregular: el pasado y el participio no siguen el patrón regular con -te/-de, así que aprende las tres formas juntas: verblijven, verbleef, verbleven.
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: verbleven.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij verblijft, pero verblijf jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de verblijven?

verbleef (ik, jij, hij/zij/het) y verbleven (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de verblijven?

verbleven, con hebben: ik heb verbleven.

¿El verbo verblijven va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb verbleven, hij heeft verbleven.

¿Es verblijven un verbo separable?

No. El prefijo ver- nunca se separa de verblijven (ik verblijf, dat ik verblijf), y el participio no lleva ge- adicional: verbleven.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.