Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B2 · Regular

Conjugación de Veroorzaken

veroorzaken = causar

Infinitivo
veroorzaken
Pasado
veroorzaakte · veroorzaakten
Perfecto
heeft veroorzaakt

Respuesta rápida

Veroorzaken significa causar. Pasado: veroorzaakte (singular) y veroorzaakten (plural). Participio: veroorzaakt, con hebben: ik heb veroorzaakt.

Practica veroorzaken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikveroorzaak
jijveroorzaakt
hij/zij/hetveroorzaakt
wijveroorzaken
jullieveroorzaken
zijveroorzaken

Pasado (verleden tijd)

ikveroorzaakte
jijveroorzaakte
hij/zij/hetveroorzaakte
wijveroorzaakten
jullieveroorzaakten
zijveroorzaakten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb veroorzaakt
jijhebt veroorzaakt
hij/zij/hetheeft veroorzaakt
wijhebben veroorzaakt
julliehebben veroorzaakt
zijhebben veroorzaakt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad veroorzaakt
jijhad veroorzaakt
hij/zij/hethad veroorzaakt
wijhadden veroorzaakt
julliehadden veroorzaakt
zijhadden veroorzaakt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal veroorzaken
jijzult veroorzaken
hij/zij/hetzal veroorzaken
wijzullen veroorzaken
julliezullen veroorzaken
zijzullen veroorzaken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou veroorzaken
jijzou veroorzaken
hij/zij/hetzou veroorzaken
wijzouden veroorzaken
julliezouden veroorzaken
zijzouden veroorzaken

Practica veroorzaken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

veroorzaken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Die zware vrachtwagens veel lawaai in onze straat.

  2. Pasado

    De storm vorig jaar grote schade in het dorp.

  3. Pretérito perfecto

    Hij per ongeluk een ongeluk op de snelweg .

  4. Presente

    Jij met je grapjes altijd veel problemen.

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es veroorzaak. En el infinitivo veroorzaken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (veroorzaakte, veroorzaakten) y el participio termina en -t (veroorzaakt).
  • Los verbos que empiezan por be-, ge-, her-, ont-, ver- o er- no llevan un ge- extra en el participio: veroorzaakt.
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij veroorzaakt, pero veroorzaak jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de veroorzaken?

veroorzaakte (ik, jij, hij/zij/het) y veroorzaakten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de veroorzaken?

veroorzaakt, con hebben: ik heb veroorzaakt.

¿El verbo veroorzaken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb veroorzaakt, hij heeft veroorzaakt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.