Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel B1 · Regular

Conjugación de Wekken

wekken = despertar, suscitar

Infinitivo
wekken
Pasado
wekte · wekten
Perfecto
heeft gewekt

Respuesta rápida

Wekken significa despertar, suscitar. Pasado: wekte (singular) y wekten (plural). Participio: gewekt, con hebben: ik heb gewekt.

Practica wekken

Presente (tegenwoordige tijd)

ikwek
jijwekt
hij/zij/hetwekt
wijwekken
julliewekken
zijwekken

Pasado (verleden tijd)

ikwekte
jijwekte
hij/zij/hetwekte
wijwekten
julliewekten
zijwekten

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb gewekt
jijhebt gewekt
hij/zij/hetheeft gewekt
wijhebben gewekt
julliehebben gewekt
zijhebben gewekt

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad gewekt
jijhad gewekt
hij/zij/hethad gewekt
wijhadden gewekt
julliehadden gewekt
zijhadden gewekt

Futuro (toekomende tijd)

ikzal wekken
jijzult wekken
hij/zij/hetzal wekken
wijzullen wekken
julliezullen wekken
zijzullen wekken

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou wekken
jijzou wekken
hij/zij/hetzou wekken
wijzouden wekken
julliezouden wekken
zijzouden wekken

Practica wekken

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

wekken en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Pasado

    Het harde geluid de baby midden in de nacht.

  2. Pretérito perfecto

    Jij gisteren je broer te vroeg .

  3. Oración subordinada

    Zij glimlacht altijd wanneer de wekker haar .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es wek. En el infinitivo wekken hay una k antes de -en, uno de los sonidos de 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -te (wekte, wekten) y el participio termina en -t (gewekt).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij wekt, pero wek jij?

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de wekken?

wekte (ik, jij, hij/zij/het) y wekten (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de wekken?

gewekt, con hebben: ik heb gewekt.

¿El verbo wekken va con hebben o con zijn?

Con hebben: ik heb gewekt, hij heeft gewekt.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.