Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level B1 · Regular, separable

Uitdelen conjugation

uitdelen = to distribute, to hand out

Infinitive
uitdelen
Past
deelde uit · deelden uit
Perfect
heeft uitgedeeld

Quick answer

Uitdelen means to distribute, to hand out. Past tense: deelde uit (singular) and deelden uit (plural). Past participle: uitgedeeld, with hebben: ik heb uitgedeeld.

Practise uitdelen

Present (tegenwoordige tijd)

ikdeel uit
jijdeelt uit
hij/zij/hetdeelt uit
wijdelen uit
julliedelen uit
zijdelen uit

Past (verleden tijd)

ikdeelde uit
jijdeelde uit
hij/zij/hetdeelde uit
wijdeelden uit
julliedeelden uit
zijdeelden uit

Perfect (voltooide tijd)

ikheb uitgedeeld
jijhebt uitgedeeld
hij/zij/hetheeft uitgedeeld
wijhebben uitgedeeld
julliehebben uitgedeeld
zijhebben uitgedeeld

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad uitgedeeld
jijhad uitgedeeld
hij/zij/hethad uitgedeeld
wijhadden uitgedeeld
julliehadden uitgedeeld
zijhadden uitgedeeld

Future (toekomende tijd)

ikzal uitdelen
jijzult uitdelen
hij/zij/hetzal uitdelen
wijzullen uitdelen
julliezullen uitdelen
zijzullen uitdelen

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou uitdelen
jijzou uitdelen
hij/zij/hetzou uitdelen
wijzouden uitdelen
julliezouden uitdelen
zijzouden uitdelen

Uitdelen is a separable verb

In a main clause uit goes to the end (ik deel uit). In a subordinate clause the two parts stay together (dat ik uitdeel). Participle: uitgedeeld.

Main clauseik deel uit
Questiondeel jij uit?
Subordinate clause… dat ik uitdeel
With a modal verbik wil uitdelen
Perfect tenseik heb uitgedeeld
With om ... teom uit te delen
Imperativedeel uit!

Separable verbs: rules and checker

Practise uitdelen

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Regular verb. The stem is deel. The infinitive delen has l before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (deelde, deelden) and the participle ends in -d (uitgedeeld).
  • Separable verb. In a main clause the prefix uit goes to the end: ik deel uit. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik uitdeel, ... dat ik uitdeelde.
  • In the participle, ge goes between the two parts: uitgedeeld.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of uitdelen?

deelde uit (ik, jij, hij/zij/het) and deelden uit (wij, jullie, zij).

What is the past participle of uitdelen?

uitgedeeld, with hebben: ik heb uitgedeeld.

Is uitdelen used with hebben or zijn?

With hebben: ik heb uitgedeeld, hij heeft uitgedeeld.

Is uitdelen a separable verb?

Yes. In a main clause uit goes to the end (ik deel uit), in a subordinate clause it stays attached (dat ik uitdeel). Participle: uitgedeeld.

More verbs

All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.