Dutch Fluency
Encontrar mi nivelNivel
Iniciar sesión

Nivel A2 · Regular

Conjugación de Zeilen

zeilen = navegar a vela

Infinitivo
zeilen
Pasado
zeilde · zeilden
Perfecto
heeft / is gezeild

Respuesta rápida

Zeilen significa navegar a vela. Pasado: zeilde (singular) y zeilden (plural). Participio: gezeild, con hebben / zijn: ik heb / ben gezeild.

Practica zeilen

Presente (tegenwoordige tijd)

ikzeil
jijzeilt
hij/zij/hetzeilt
wijzeilen
julliezeilen
zijzeilen

Pasado (verleden tijd)

ikzeilde
jijzeilde
hij/zij/hetzeilde
wijzeilden
julliezeilden
zijzeilden

Pretérito perfecto (voltooide tijd)

ikheb / ben gezeild
jijhebt / bent gezeild
hij/zij/hetheeft / is gezeild
wijhebben / zijn gezeild
julliehebben / zijn gezeild
zijhebben / zijn gezeild

Pluscuamperfecto (voltooid verleden tijd)

ikhad / was gezeild
jijhad / was gezeild
hij/zij/hethad / was gezeild
wijhadden / waren gezeild
julliehadden / waren gezeild
zijhadden / waren gezeild

Futuro (toekomende tijd)

ikzal zeilen
jijzult zeilen
hij/zij/hetzal zeilen
wijzullen zeilen
julliezullen zeilen
zijzullen zeilen

Condicional (voorwaardelijke wijs)

ikzou zeilen
jijzou zeilen
hij/zij/hetzou zeilen
wijzouden zeilen
julliezouden zeilen
zijzouden zeilen

Practica zeilen

Seis formas rápidas. Escribe la respuesta, pulsa Enter y mira al momento si es correcta.

1 de 60 ✓

Presente

ik

zeilen en una frase

Completa con la forma correcta. La frase te indica quién y cuándo, y al comprobar tu respuesta ves qué significa.

  1. Presente

    Mijn broer elk weekend op het meer.

  2. Pasado

    Wij als kind vaak met onze vader.

  3. Pretérito perfecto

    We vorige zomer veel .

  4. Pretérito perfecto

    Zij in één dag naar Texel .

Cómo funciona este verbo

  • Verbo regular. La raíz es zeil. En el infinitivo zeilen hay una l antes de -en, que no está en 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), así que el pasado lleva -de (zeilde, zeilden) y el participio termina en -d (gezeild).
  • Cuando jij va después del verbo, se pierde la -t: jij zeilt, pero zeil jij?
  • Hebben o zijn: hebben para la actividad en sí, zijn cuando dices adónde o qué cambió. We hebben vorige zomer veel gezeild. We zijn naar Texel gezeild.

Preguntas sobre los verbos neerlandeses

¿Cuál es el pasado de zeilen?

zeilde (ik, jij, hij/zij/het) y zeilden (wij, jullie, zij).

¿Cuál es el participio de zeilen?

gezeild, con hebben o zijn según el significado: We hebben vorige zomer veel gezeild. We zijn naar Texel gezeild.

¿El verbo zeilen va con hebben o con zijn?

Con los dos, según el significado: We hebben vorige zomer veel gezeild. We zijn naar Texel gezeild.

Más verbos

Todos los verbosTodos los verbos de la A a la ZVerbos separables: reglas y comprobadorComprobador de de o het

¿Quieres dejar de buscar cada palabra?

La prueba de nivel gratuita muestra dónde está tu neerlandés y qué aprender después.

Formas comprobadas con Wiktionary. Los tiempos compuestos usan las formas fijas de hebben, zijn, zullen y zou.