Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Zeilen
zeilen = to sail
- Hele werkwoord
- zeilen
- Verleden tijd
- zeilde · zeilden
- Voltooide tijd
- heeft / is gezeild
Kort antwoord
Zeilen is in het Engels to sail. Verleden tijd: zeilde (enkelvoud) en zeilden (meervoud). Voltooid deelwoord: gezeild, met hebben / zijn: ik heb / ben gezeild.
Oefen zeilenTegenwoordige tijd
| ik | zeil |
| jij | zeilt |
| hij/zij/het | zeilt |
| wij | zeilen |
| jullie | zeilen |
| zij | zeilen |
Verleden tijd
| ik | zeilde |
| jij | zeilde |
| hij/zij/het | zeilde |
| wij | zeilden |
| jullie | zeilden |
| zij | zeilden |
Voltooide tijd
| ik | heb / ben gezeild |
| jij | hebt / bent gezeild |
| hij/zij/het | heeft / is gezeild |
| wij | hebben / zijn gezeild |
| jullie | hebben / zijn gezeild |
| zij | hebben / zijn gezeild |
Voltooid verleden tijd
| ik | had / was gezeild |
| jij | had / was gezeild |
| hij/zij/het | had / was gezeild |
| wij | hadden / waren gezeild |
| jullie | hadden / waren gezeild |
| zij | hadden / waren gezeild |
Toekomende tijd
| ik | zal zeilen |
| jij | zult zeilen |
| hij/zij/het | zal zeilen |
| wij | zullen zeilen |
| jullie | zullen zeilen |
| zij | zullen zeilen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou zeilen |
| jij | zou zeilen |
| hij/zij/het | zou zeilen |
| wij | zouden zeilen |
| jullie | zouden zeilen |
| zij | zouden zeilen |
Oefen zeilen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
zeilen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is zeil. In zeilen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (zeilde, zeilden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gezeild).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij zeilt, maar zeil jij?
- Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. We hebben vorige zomer veel gezeild. We zijn naar Texel gezeild.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van zeilen?
zeilde (ik, jij, hij/zij/het) en zeilden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van zeilen?
gezeild, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: We hebben vorige zomer veel gezeild. We zijn naar Texel gezeild.
Gebruik je zeilen met hebben of zijn?
Allebei, afhankelijk van de betekenis: We hebben vorige zomer veel gezeild. We zijn naar Texel gezeild.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.