Niveau A2 · Regelmatig, scheidbaar
Vervoeging van Aankleden
aankleden = to dress, get dressed
- Hele werkwoord
- aankleden
- Verleden tijd
- kleedde aan · kleedden aan
- Voltooide tijd
- heeft aangekleed
Kort antwoord
Aankleden is in het Engels to dress, get dressed. Verleden tijd: kleedde aan (enkelvoud) en kleedden aan (meervoud). Voltooid deelwoord: aangekleed, met hebben: ik heb aangekleed.
Oefen aankledenTegenwoordige tijd
| ik | kleed aan |
| jij | kleedt aan |
| hij/zij/het | kleedt aan |
| wij | kleden aan |
| jullie | kleden aan |
| zij | kleden aan |
Verleden tijd
| ik | kleedde aan |
| jij | kleedde aan |
| hij/zij/het | kleedde aan |
| wij | kleedden aan |
| jullie | kleedden aan |
| zij | kleedden aan |
Voltooide tijd
| ik | heb aangekleed |
| jij | hebt aangekleed |
| hij/zij/het | heeft aangekleed |
| wij | hebben aangekleed |
| jullie | hebben aangekleed |
| zij | hebben aangekleed |
Voltooid verleden tijd
| ik | had aangekleed |
| jij | had aangekleed |
| hij/zij/het | had aangekleed |
| wij | hadden aangekleed |
| jullie | hadden aangekleed |
| zij | hadden aangekleed |
Toekomende tijd
| ik | zal aankleden |
| jij | zult aankleden |
| hij/zij/het | zal aankleden |
| wij | zullen aankleden |
| jullie | zullen aankleden |
| zij | zullen aankleden |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou aankleden |
| jij | zou aankleden |
| hij/zij/het | zou aankleden |
| wij | zouden aankleden |
| jullie | zouden aankleden |
| zij | zouden aankleden |
Aankleden is een scheidbaar werkwoord
In een hoofdzin gaat aan naar het einde (ik kleed aan). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik aankleed). Voltooid deelwoord: aangekleed.
| Hoofdzin | ik kleed aan |
| Vraag | kleed jij aan? |
| Bijzin | … dat ik aankleed |
| Met een modaal werkwoord | ik wil aankleden |
| Voltooide tijd | ik heb aangekleed |
| Met om ... te | om aan te kleden |
| Gebiedende wijs | kleed aan! |
Oefen aankleden
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
aankleden in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is kleed. In kleden staat d voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (kleedde, kleedden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (aangekleed).
- Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat aan naar het eind: ik kleed aan. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik aankleed, ... dat ik aankleedde.
- In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: aangekleed.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van aankleden?
kleedde aan (ik, jij, hij/zij/het) en kleedden aan (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van aankleden?
aangekleed, met hebben: ik heb aangekleed.
Gebruik je aankleden met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb aangekleed, hij heeft aangekleed.
Is aankleden een scheidbaar werkwoord?
Ja. In een hoofdzin gaat aan naar het einde (ik kleed aan), in een bijzin blijft het vast (dat ik aankleed). Voltooid deelwoord: aangekleed.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.