Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Onregelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Aflopen

aflopen = to end, to walk down

Hele werkwoord
aflopen
Verleden tijd
liep af · liepen af
Voltooide tijd
is afgelopen

Kort antwoord

Aflopen is in het Engels to end, to walk down. Verleden tijd: liep af (enkelvoud) en liepen af (meervoud). Voltooid deelwoord: afgelopen, met zijn: ik ben afgelopen.

Oefen aflopen

Tegenwoordige tijd

ikloop af
jijloopt af
hij/zij/hetloopt af
wijlopen af
jullielopen af
zijlopen af

Verleden tijd

ikliep af
jijliep af
hij/zij/hetliep af
wijliepen af
jullieliepen af
zijliepen af

Voltooide tijd

ikben afgelopen
jijbent afgelopen
hij/zij/hetis afgelopen
wijzijn afgelopen
julliezijn afgelopen
zijzijn afgelopen

Voltooid verleden tijd

ikwas afgelopen
jijwas afgelopen
hij/zij/hetwas afgelopen
wijwaren afgelopen
julliewaren afgelopen
zijwaren afgelopen

Toekomende tijd

ikzal aflopen
jijzult aflopen
hij/zij/hetzal aflopen
wijzullen aflopen
julliezullen aflopen
zijzullen aflopen

Voorwaardelijke wijs

ikzou aflopen
jijzou aflopen
hij/zij/hetzou aflopen
wijzouden aflopen
julliezouden aflopen
zijzouden aflopen

Aflopen is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik loop af). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik afloop). Voltooid deelwoord: afgelopen.

Hoofdzinik loop af
Vraagloop jij af?
Bijzin… dat ik afloop
Met een modaal werkwoordik wil aflopen
Voltooide tijdik ben afgelopen
Met om ... teom af te lopen
Gebiedende wijsloop af!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen aflopen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

aflopen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het concert om tien uur .

  2. Verleden tijd

    De vergadering gisteren laat .

  3. Voltooide tijd

    De les net .

  4. Verleden tijd

    De kinderen langzaam de trap .

Zo werkt dit werkwoord

  • Onregelmatig werkwoord: de verleden tijd en het voltooid deelwoord volgen het gewone -te/-de-patroon niet, dus leer de drie vormen samen: aflopen, liep af, afgelopen.
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat af naar het eind: ik loop af. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik afloop, ... dat ik afliep.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: afgelopen.
  • Voltooide tijd met zijn: ik ben afgelopen, niet ik heb afgelopen.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van aflopen?

liep af (ik, jij, hij/zij/het) en liepen af (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van aflopen?

afgelopen, met zijn: ik ben afgelopen.

Gebruik je aflopen met hebben of zijn?

Met zijn: ik ben afgelopen, hij is afgelopen.

Is aflopen een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat af naar het einde (ik loop af), in een bijzin blijft het vast (dat ik afloop). Voltooid deelwoord: afgelopen.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.