Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Baseren

baseren = to base

Hele werkwoord
baseren
Verleden tijd
baseerde · baseerden
Voltooide tijd
heeft gebaseerd

Kort antwoord

Baseren is in het Engels to base. Verleden tijd: baseerde (enkelvoud) en baseerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gebaseerd, met hebben: ik heb gebaseerd.

Oefen baseren

Tegenwoordige tijd

ikbaseer
jijbaseert
hij/zij/hetbaseert
wijbaseren
julliebaseren
zijbaseren

Verleden tijd

ikbaseerde
jijbaseerde
hij/zij/hetbaseerde
wijbaseerden
julliebaseerden
zijbaseerden

Voltooide tijd

ikheb gebaseerd
jijhebt gebaseerd
hij/zij/hetheeft gebaseerd
wijhebben gebaseerd
julliehebben gebaseerd
zijhebben gebaseerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gebaseerd
jijhad gebaseerd
hij/zij/hethad gebaseerd
wijhadden gebaseerd
julliehadden gebaseerd
zijhadden gebaseerd

Toekomende tijd

ikzal baseren
jijzult baseren
hij/zij/hetzal baseren
wijzullen baseren
julliezullen baseren
zijzullen baseren

Voorwaardelijke wijs

ikzou baseren
jijzou baseren
hij/zij/hetzou baseren
wijzouden baseren
julliezouden baseren
zijzouden baseren

Oefen baseren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

baseren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De schrijver zijn boek op een waargebeurd verhaal.

  2. Verleden tijd

    Zij haar keuze op jouw advies.

  3. Voltooide tijd

    De leraar de toets op het laatste hoofdstuk .

  4. Bijzin

    Ik geloof hem niet omdat hij zijn verhaal nergens op .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is baseer. In baseren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (baseerde, baseerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gebaseerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij baseert, maar baseer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van baseren?

baseerde (ik, jij, hij/zij/het) en baseerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van baseren?

gebaseerd, met hebben: ik heb gebaseerd.

Gebruik je baseren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gebaseerd, hij heeft gebaseerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.