Dutch Fluency
Find my levelLevel
Login

Level A2 · Irregular, separable

Ophouden conjugation

ophouden = to stop

Infinitive
ophouden
Past
hield op · hielden op
Perfect
heeft / is opgehouden

Quick answer

Ophouden means to stop. Past tense: hield op (singular) and hielden op (plural). Past participle: opgehouden, with hebben / zijn: ik heb / ben opgehouden.

Practise ophouden

Present (tegenwoordige tijd)

ikhoud op
jijhoudt op
hij/zij/hethoudt op
wijhouden op
julliehouden op
zijhouden op

Past (verleden tijd)

ikhield op
jijhield op
hij/zij/hethield op
wijhielden op
julliehielden op
zijhielden op

Perfect (voltooide tijd)

ikheb / ben opgehouden
jijhebt / bent opgehouden
hij/zij/hetheeft / is opgehouden
wijhebben / zijn opgehouden
julliehebben / zijn opgehouden
zijhebben / zijn opgehouden

Past perfect (voltooid verleden tijd)

ikhad / was opgehouden
jijhad / was opgehouden
hij/zij/hethad / was opgehouden
wijhadden / waren opgehouden
julliehadden / waren opgehouden
zijhadden / waren opgehouden

Future (toekomende tijd)

ikzal ophouden
jijzult ophouden
hij/zij/hetzal ophouden
wijzullen ophouden
julliezullen ophouden
zijzullen ophouden

Conditional (voorwaardelijke wijs)

ikzou ophouden
jijzou ophouden
hij/zij/hetzou ophouden
wijzouden ophouden
julliezouden ophouden
zijzouden ophouden

Practise ophouden

Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.

1 of 60 ✓

Present

ik

How this verb works

  • Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: ophouden, hield op, opgehouden.
  • Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik houd op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik ophoud, ... dat ik ophield.
  • In the participle, ge goes between the two parts: opgehouden.
  • Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. Het verkeer heeft ons opgehouden. Het is opgehouden met regenen.

Questions about Dutch verbs

What is the past tense of ophouden?

hield op (ik, jij, hij/zij/het) and hielden op (wij, jullie, zij).

What is the past participle of ophouden?

opgehouden, with hebben or zijn depending on the meaning: Het verkeer heeft ons opgehouden. Het is opgehouden met regenen.

Is ophouden used with hebben or zijn?

Both, depending on the meaning: Het verkeer heeft ons opgehouden. Het is opgehouden met regenen.

More verbs

All verbsDe or het checker

Want to stop looking words up?

The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.

Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.