Level A2 · Irregular, separable
Ophouden conjugation
ophouden = to stop
- Infinitive
- ophouden
- Past
- hield op · hielden op
- Perfect
- heeft / is opgehouden
Quick answer
Ophouden means to stop. Past tense: hield op (singular) and hielden op (plural). Past participle: opgehouden, with hebben / zijn: ik heb / ben opgehouden.
Practise ophoudenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | houd op |
| jij | houdt op |
| hij/zij/het | houdt op |
| wij | houden op |
| jullie | houden op |
| zij | houden op |
Past (verleden tijd)
| ik | hield op |
| jij | hield op |
| hij/zij/het | hield op |
| wij | hielden op |
| jullie | hielden op |
| zij | hielden op |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb / ben opgehouden |
| jij | hebt / bent opgehouden |
| hij/zij/het | heeft / is opgehouden |
| wij | hebben / zijn opgehouden |
| jullie | hebben / zijn opgehouden |
| zij | hebben / zijn opgehouden |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had / was opgehouden |
| jij | had / was opgehouden |
| hij/zij/het | had / was opgehouden |
| wij | hadden / waren opgehouden |
| jullie | hadden / waren opgehouden |
| zij | hadden / waren opgehouden |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal ophouden |
| jij | zult ophouden |
| hij/zij/het | zal ophouden |
| wij | zullen ophouden |
| jullie | zullen ophouden |
| zij | zullen ophouden |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou ophouden |
| jij | zou ophouden |
| hij/zij/het | zou ophouden |
| wij | zouden ophouden |
| jullie | zouden ophouden |
| zij | zouden ophouden |
Practise ophouden
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Irregular verb: the past tense and participle do not follow the regular -te/-de pattern, so learn the three forms together: ophouden, hield op, opgehouden.
- Separable verb. In a main clause the prefix op goes to the end: ik houd op. In a subordinate clause it stays attached: ... dat ik ophoud, ... dat ik ophield.
- In the participle, ge goes between the two parts: opgehouden.
- Hebben or zijn: hebben for the activity itself, zijn when you say where to or what changed. Het verkeer heeft ons opgehouden. Het is opgehouden met regenen.
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of ophouden?
hield op (ik, jij, hij/zij/het) and hielden op (wij, jullie, zij).
What is the past participle of ophouden?
opgehouden, with hebben or zijn depending on the meaning: Het verkeer heeft ons opgehouden. Het is opgehouden met regenen.
Is ophouden used with hebben or zijn?
Both, depending on the meaning: Het verkeer heeft ons opgehouden. Het is opgehouden met regenen.
More verbs
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.