Niveau A2 · Regelmatig
Vervoeging van Blaffen
blaffen = to bark
- Hele werkwoord
- blaffen
- Verleden tijd
- blafte · blaften
- Voltooide tijd
- heeft geblaft
Kort antwoord
Blaffen is in het Engels to bark. Verleden tijd: blafte (enkelvoud) en blaften (meervoud). Voltooid deelwoord: geblaft, met hebben: ik heb geblaft.
Oefen blaffenTegenwoordige tijd
| ik | blaf |
| jij | blaft |
| hij/zij/het | blaft |
| wij | blaffen |
| jullie | blaffen |
| zij | blaffen |
Verleden tijd
| ik | blafte |
| jij | blafte |
| hij/zij/het | blafte |
| wij | blaften |
| jullie | blaften |
| zij | blaften |
Voltooide tijd
| ik | heb geblaft |
| jij | hebt geblaft |
| hij/zij/het | heeft geblaft |
| wij | hebben geblaft |
| jullie | hebben geblaft |
| zij | hebben geblaft |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geblaft |
| jij | had geblaft |
| hij/zij/het | had geblaft |
| wij | hadden geblaft |
| jullie | hadden geblaft |
| zij | hadden geblaft |
Toekomende tijd
| ik | zal blaffen |
| jij | zult blaffen |
| hij/zij/het | zal blaffen |
| wij | zullen blaffen |
| jullie | zullen blaffen |
| zij | zullen blaffen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou blaffen |
| jij | zou blaffen |
| hij/zij/het | zou blaffen |
| wij | zouden blaffen |
| jullie | zouden blaffen |
| zij | zouden blaffen |
Oefen blaffen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
blaffen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is blaf. In blaffen staat f voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (blafte, blaften) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geblaft).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij blaft, maar blaf jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van blaffen?
blafte (ik, jij, hij/zij/het) en blaften (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van blaffen?
geblaft, met hebben: ik heb geblaft.
Gebruik je blaffen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geblaft, hij heeft geblaft.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.