Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Blaffen

blaffen = to bark

Hele werkwoord
blaffen
Verleden tijd
blafte · blaften
Voltooide tijd
heeft geblaft

Kort antwoord

Blaffen is in het Engels to bark. Verleden tijd: blafte (enkelvoud) en blaften (meervoud). Voltooid deelwoord: geblaft, met hebben: ik heb geblaft.

Oefen blaffen

Tegenwoordige tijd

ikblaf
jijblaft
hij/zij/hetblaft
wijblaffen
jullieblaffen
zijblaffen

Verleden tijd

ikblafte
jijblafte
hij/zij/hetblafte
wijblaften
jullieblaften
zijblaften

Voltooide tijd

ikheb geblaft
jijhebt geblaft
hij/zij/hetheeft geblaft
wijhebben geblaft
julliehebben geblaft
zijhebben geblaft

Voltooid verleden tijd

ikhad geblaft
jijhad geblaft
hij/zij/hethad geblaft
wijhadden geblaft
julliehadden geblaft
zijhadden geblaft

Toekomende tijd

ikzal blaffen
jijzult blaffen
hij/zij/hetzal blaffen
wijzullen blaffen
julliezullen blaffen
zijzullen blaffen

Voorwaardelijke wijs

ikzou blaffen
jijzou blaffen
hij/zij/hetzou blaffen
wijzouden blaffen
julliezouden blaffen
zijzouden blaffen

Oefen blaffen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

blaffen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De hond van de buren de hele dag.

  2. Verleden tijd

    Onze hond hard toen de bel ging.

  3. Voltooide tijd

    De puppy vannacht urenlang .

  4. Bijzin

    Ik kan niet slapen omdat de honden buiten .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is blaf. In blaffen staat f voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (blafte, blaften) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (geblaft).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij blaft, maar blaf jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van blaffen?

blafte (ik, jij, hij/zij/het) en blaften (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van blaffen?

geblaft, met hebben: ik heb geblaft.

Gebruik je blaffen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geblaft, hij heeft geblaft.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.