Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Brommen

brommen = to mutter, grumble

Hele werkwoord
brommen
Verleden tijd
bromde · bromden
Voltooide tijd
heeft gebromd

Kort antwoord

Brommen is in het Engels to mutter, grumble. Verleden tijd: bromde (enkelvoud) en bromden (meervoud). Voltooid deelwoord: gebromd, met hebben: ik heb gebromd.

Oefen brommen

Tegenwoordige tijd

ikbrom
jijbromt
hij/zij/hetbromt
wijbrommen
julliebrommen
zijbrommen

Verleden tijd

ikbromde
jijbromde
hij/zij/hetbromde
wijbromden
julliebromden
zijbromden

Voltooide tijd

ikheb gebromd
jijhebt gebromd
hij/zij/hetheeft gebromd
wijhebben gebromd
julliehebben gebromd
zijhebben gebromd

Voltooid verleden tijd

ikhad gebromd
jijhad gebromd
hij/zij/hethad gebromd
wijhadden gebromd
julliehadden gebromd
zijhadden gebromd

Toekomende tijd

ikzal brommen
jijzult brommen
hij/zij/hetzal brommen
wijzullen brommen
julliezullen brommen
zijzullen brommen

Voorwaardelijke wijs

ikzou brommen
jijzou brommen
hij/zij/hetzou brommen
wijzouden brommen
julliezouden brommen
zijzouden brommen

Oefen brommen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

brommen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Mijn opa elke ochtend over het slechte weer.

  2. Verleden tijd

    De buurman iets onverstaanbaars bij het hek.

  3. Voltooide tijd

    Zij de hele avond zachtjes .

  4. Bijzin

    Toen de bus weer te laat kwam, wij allemaal.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is brom. In brommen staat m voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (bromde, bromden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gebromd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij bromt, maar brom jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van brommen?

bromde (ik, jij, hij/zij/het) en bromden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van brommen?

gebromd, met hebben: ik heb gebromd.

Gebruik je brommen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gebromd, hij heeft gebromd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.