Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Confronteren

confronteren = to confront, to compare

Hele werkwoord
confronteren
Verleden tijd
confronteerde · confronteerden
Voltooide tijd
heeft geconfronteerd

Kort antwoord

Confronteren is in het Engels to confront, to compare. Verleden tijd: confronteerde (enkelvoud) en confronteerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geconfronteerd, met hebben: ik heb geconfronteerd.

Oefen confronteren

Tegenwoordige tijd

ikconfronteer
jijconfronteert
hij/zij/hetconfronteert
wijconfronteren
jullieconfronteren
zijconfronteren

Verleden tijd

ikconfronteerde
jijconfronteerde
hij/zij/hetconfronteerde
wijconfronteerden
jullieconfronteerden
zijconfronteerden

Voltooide tijd

ikheb geconfronteerd
jijhebt geconfronteerd
hij/zij/hetheeft geconfronteerd
wijhebben geconfronteerd
julliehebben geconfronteerd
zijhebben geconfronteerd

Voltooid verleden tijd

ikhad geconfronteerd
jijhad geconfronteerd
hij/zij/hethad geconfronteerd
wijhadden geconfronteerd
julliehadden geconfronteerd
zijhadden geconfronteerd

Toekomende tijd

ikzal confronteren
jijzult confronteren
hij/zij/hetzal confronteren
wijzullen confronteren
julliezullen confronteren
zijzullen confronteren

Voorwaardelijke wijs

ikzou confronteren
jijzou confronteren
hij/zij/hetzou confronteren
wijzouden confronteren
julliezouden confronteren
zijzouden confronteren

Oefen confronteren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

confronteren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De leraar de leerling met zijn slechte cijfers.

  2. Verleden tijd

    De rechter de man met het bewijs.

  3. Voltooide tijd

    Zij haar vriend met de waarheid .

  4. Tegenwoordige tijd

    Jullie de politici met moeilijke vragen, omdat het belangrijk is.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is confronteer. In confronteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (confronteerde, confronteerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geconfronteerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij confronteert, maar confronteer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van confronteren?

confronteerde (ik, jij, hij/zij/het) en confronteerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van confronteren?

geconfronteerd, met hebben: ik heb geconfronteerd.

Gebruik je confronteren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geconfronteerd, hij heeft geconfronteerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.