Level B2 · Regular
Investeren conjugation
investeren = to invest
- Infinitive
- investeren
- Past
- investeerde · investeerden
- Perfect
- heeft geïnvesteerd
Quick answer
Investeren means to invest. Past tense: investeerde (singular) and investeerden (plural). Past participle: geïnvesteerd, with hebben: ik heb geïnvesteerd.
Practise investerenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | investeer |
| jij | investeert |
| hij/zij/het | investeert |
| wij | investeren |
| jullie | investeren |
| zij | investeren |
Past (verleden tijd)
| ik | investeerde |
| jij | investeerde |
| hij/zij/het | investeerde |
| wij | investeerden |
| jullie | investeerden |
| zij | investeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geïnvesteerd |
| jij | hebt geïnvesteerd |
| hij/zij/het | heeft geïnvesteerd |
| wij | hebben geïnvesteerd |
| jullie | hebben geïnvesteerd |
| zij | hebben geïnvesteerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geïnvesteerd |
| jij | had geïnvesteerd |
| hij/zij/het | had geïnvesteerd |
| wij | hadden geïnvesteerd |
| jullie | hadden geïnvesteerd |
| zij | hadden geïnvesteerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal investeren |
| jij | zult investeren |
| hij/zij/het | zal investeren |
| wij | zullen investeren |
| jullie | zullen investeren |
| zij | zullen investeren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou investeren |
| jij | zou investeren |
| hij/zij/het | zou investeren |
| wij | zouden investeren |
| jullie | zouden investeren |
| zij | zouden investeren |
Practise investeren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
1 of 60 ✓
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is investeer. The infinitive investeren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (investeerde, investeerden) and the participle ends in -d (geïnvesteerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij investeert, but investeer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of investeren?
investeerde (ik, jij, hij/zij/het) and investeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of investeren?
geïnvesteerd, with hebben: ik heb geïnvesteerd.
Is investeren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geïnvesteerd, hij heeft geïnvesteerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.