Level B2 · Regular
Confronteren conjugation
confronteren = to confront, to compare
- Infinitive
- confronteren
- Past
- confronteerde · confronteerden
- Perfect
- heeft geconfronteerd
Quick answer
Confronteren means to confront, to compare. Past tense: confronteerde (singular) and confronteerden (plural). Past participle: geconfronteerd, with hebben: ik heb geconfronteerd.
Practise confronterenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | confronteer |
| jij | confronteert |
| hij/zij/het | confronteert |
| wij | confronteren |
| jullie | confronteren |
| zij | confronteren |
Past (verleden tijd)
| ik | confronteerde |
| jij | confronteerde |
| hij/zij/het | confronteerde |
| wij | confronteerden |
| jullie | confronteerden |
| zij | confronteerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb geconfronteerd |
| jij | hebt geconfronteerd |
| hij/zij/het | heeft geconfronteerd |
| wij | hebben geconfronteerd |
| jullie | hebben geconfronteerd |
| zij | hebben geconfronteerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had geconfronteerd |
| jij | had geconfronteerd |
| hij/zij/het | had geconfronteerd |
| wij | hadden geconfronteerd |
| jullie | hadden geconfronteerd |
| zij | hadden geconfronteerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal confronteren |
| jij | zult confronteren |
| hij/zij/het | zal confronteren |
| wij | zullen confronteren |
| jullie | zullen confronteren |
| zij | zullen confronteren |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou confronteren |
| jij | zou confronteren |
| hij/zij/het | zou confronteren |
| wij | zouden confronteren |
| jullie | zouden confronteren |
| zij | zouden confronteren |
Practise confronteren
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is confronteer. The infinitive confronteren has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (confronteerde, confronteerden) and the participle ends in -d (geconfronteerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij confronteert, but confronteer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of confronteren?
confronteerde (ik, jij, hij/zij/het) and confronteerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of confronteren?
geconfronteerd, with hebben: ik heb geconfronteerd.
Is confronteren used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb geconfronteerd, hij heeft geconfronteerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.