Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Dalen
dalen = to descend, to decrease
- Hele werkwoord
- dalen
- Verleden tijd
- daalde · daalden
- Voltooide tijd
- is gedaald
Kort antwoord
Dalen is in het Engels to descend, to decrease. Verleden tijd: daalde (enkelvoud) en daalden (meervoud). Voltooid deelwoord: gedaald, met zijn: ik ben gedaald.
Oefen dalenTegenwoordige tijd
| ik | daal |
| jij | daalt |
| hij/zij/het | daalt |
| wij | dalen |
| jullie | dalen |
| zij | dalen |
Verleden tijd
| ik | daalde |
| jij | daalde |
| hij/zij/het | daalde |
| wij | daalden |
| jullie | daalden |
| zij | daalden |
Voltooide tijd
| ik | ben gedaald |
| jij | bent gedaald |
| hij/zij/het | is gedaald |
| wij | zijn gedaald |
| jullie | zijn gedaald |
| zij | zijn gedaald |
Voltooid verleden tijd
| ik | was gedaald |
| jij | was gedaald |
| hij/zij/het | was gedaald |
| wij | waren gedaald |
| jullie | waren gedaald |
| zij | waren gedaald |
Toekomende tijd
| ik | zal dalen |
| jij | zult dalen |
| hij/zij/het | zal dalen |
| wij | zullen dalen |
| jullie | zullen dalen |
| zij | zullen dalen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou dalen |
| jij | zou dalen |
| hij/zij/het | zou dalen |
| wij | zouden dalen |
| jullie | zouden dalen |
| zij | zouden dalen |
Oefen dalen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
dalen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is daal. In dalen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (daalde, daalden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gedaald).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij daalt, maar daal jij?
- Voltooide tijd met zijn: ik ben gedaald, niet ik heb gedaald.
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van dalen?
daalde (ik, jij, hij/zij/het) en daalden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van dalen?
gedaald, met zijn: ik ben gedaald.
Gebruik je dalen met hebben of zijn?
Met zijn: ik ben gedaald, hij is gedaald.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.