Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig, scheidbaar

Vervoeging van Doordraaien

doordraaien = to keep running

Hele werkwoord
doordraaien
Verleden tijd
draaide door · draaiden door
Voltooide tijd
heeft / is doorgedraaid

Kort antwoord

Doordraaien is in het Engels to keep running. Verleden tijd: draaide door (enkelvoud) en draaiden door (meervoud). Voltooid deelwoord: doorgedraaid, met hebben / zijn: ik heb / ben doorgedraaid.

Oefen doordraaien

Tegenwoordige tijd

ikdraai door
jijdraait door
hij/zij/hetdraait door
wijdraaien door
julliedraaien door
zijdraaien door

Verleden tijd

ikdraaide door
jijdraaide door
hij/zij/hetdraaide door
wijdraaiden door
julliedraaiden door
zijdraaiden door

Voltooide tijd

ikheb / ben doorgedraaid
jijhebt / bent doorgedraaid
hij/zij/hetheeft / is doorgedraaid
wijhebben / zijn doorgedraaid
julliehebben / zijn doorgedraaid
zijhebben / zijn doorgedraaid

Voltooid verleden tijd

ikhad / was doorgedraaid
jijhad / was doorgedraaid
hij/zij/hethad / was doorgedraaid
wijhadden / waren doorgedraaid
julliehadden / waren doorgedraaid
zijhadden / waren doorgedraaid

Toekomende tijd

ikzal doordraaien
jijzult doordraaien
hij/zij/hetzal doordraaien
wijzullen doordraaien
julliezullen doordraaien
zijzullen doordraaien

Voorwaardelijke wijs

ikzou doordraaien
jijzou doordraaien
hij/zij/hetzou doordraaien
wijzouden doordraaien
julliezouden doordraaien
zijzouden doordraaien

Doordraaien is een scheidbaar werkwoord

In een hoofdzin gaat door naar het einde (ik draai door). In een bijzin blijven de twee delen bij elkaar (dat ik doordraai). Voltooid deelwoord: doorgedraaid.

Hoofdzinik draai door
Vraagdraai jij door?
Bijzin… dat ik doordraai
Met een modaal werkwoordik wil doordraaien
Voltooide tijdik heb / ben doorgedraaid
Met om ... teom door te draaien
Gebiedende wijsdraai door!

Scheidbare werkwoorden: regels en checker

Oefen doordraaien

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

doordraaien in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De wasmachine nog een uur voordat het programma klaar is.

  2. Verleden tijd

    De computer de hele nacht omdat niemand hem uitzette.

  3. Voltooide tijd

    De machine het hele weekend .

  4. Bijzin

    Het is zonde van de stroom als de verwarming de hele dag .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is draai. In draaien staat i voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (draaide, draaiden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (doorgedraaid).
  • Scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin gaat door naar het eind: ik draai door. In een bijzin blijft het vast: ... dat ik doordraai, ... dat ik doordraaide.
  • In het voltooid deelwoord staat ge tussen de twee delen: doorgedraaid.
  • Hebben of zijn: hebben voor de activiteit zelf, zijn als je zegt waarheen of wat er veranderde. De machine heeft de hele nacht doorgedraaid. Hij is helemaal doorgedraaid van de stress.

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van doordraaien?

draaide door (ik, jij, hij/zij/het) en draaiden door (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van doordraaien?

doorgedraaid, met hebben of zijn, afhankelijk van de betekenis: De machine heeft de hele nacht doorgedraaid. Hij is helemaal doorgedraaid van de stress.

Gebruik je doordraaien met hebben of zijn?

Allebei, afhankelijk van de betekenis: De machine heeft de hele nacht doorgedraaid. Hij is helemaal doorgedraaid van de stress.

Is doordraaien een scheidbaar werkwoord?

Ja. In een hoofdzin gaat door naar het einde (ik draai door), in een bijzin blijft het vast (dat ik doordraai). Voltooid deelwoord: doorgedraaid.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.