Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B2 · Regelmatig

Vervoeging van Evacueren

evacueren = to evacuate

Hele werkwoord
evacueren
Verleden tijd
evacueerde · evacueerden
Voltooide tijd
heeft geëvacueerd

Kort antwoord

Evacueren is in het Engels to evacuate. Verleden tijd: evacueerde (enkelvoud) en evacueerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geëvacueerd, met hebben: ik heb geëvacueerd.

Oefen evacueren

Tegenwoordige tijd

ikevacueer
jijevacueert
hij/zij/hetevacueert
wijevacueren
jullieevacueren
zijevacueren

Verleden tijd

ikevacueerde
jijevacueerde
hij/zij/hetevacueerde
wijevacueerden
jullieevacueerden
zijevacueerden

Voltooide tijd

ikheb geëvacueerd
jijhebt geëvacueerd
hij/zij/hetheeft geëvacueerd
wijhebben geëvacueerd
julliehebben geëvacueerd
zijhebben geëvacueerd

Voltooid verleden tijd

ikhad geëvacueerd
jijhad geëvacueerd
hij/zij/hethad geëvacueerd
wijhadden geëvacueerd
julliehadden geëvacueerd
zijhadden geëvacueerd

Toekomende tijd

ikzal evacueren
jijzult evacueren
hij/zij/hetzal evacueren
wijzullen evacueren
julliezullen evacueren
zijzullen evacueren

Voorwaardelijke wijs

ikzou evacueren
jijzou evacueren
hij/zij/hetzou evacueren
wijzouden evacueren
julliezouden evacueren
zijzouden evacueren

Oefen evacueren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

evacueren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    De brandweer de bewoners van de straat.

  2. Verleden tijd

    Ze de school snel na de brandmelding.

  3. Voltooide tijd

    De politie de hele wijk .

  4. Bijzin

    Het was druk omdat zij het ziekenhuis .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is evacueer. In evacueren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (evacueerde, evacueerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geëvacueerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij evacueert, maar evacueer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van evacueren?

evacueerde (ik, jij, hij/zij/het) en evacueerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van evacueren?

geëvacueerd, met hebben: ik heb geëvacueerd.

Gebruik je evacueren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb geëvacueerd, hij heeft geëvacueerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.