Niveau B2 · Regelmatig
Vervoeging van Evacueren
evacueren = to evacuate
- Hele werkwoord
- evacueren
- Verleden tijd
- evacueerde · evacueerden
- Voltooide tijd
- heeft geëvacueerd
Kort antwoord
Evacueren is in het Engels to evacuate. Verleden tijd: evacueerde (enkelvoud) en evacueerden (meervoud). Voltooid deelwoord: geëvacueerd, met hebben: ik heb geëvacueerd.
Oefen evacuerenTegenwoordige tijd
| ik | evacueer |
| jij | evacueert |
| hij/zij/het | evacueert |
| wij | evacueren |
| jullie | evacueren |
| zij | evacueren |
Verleden tijd
| ik | evacueerde |
| jij | evacueerde |
| hij/zij/het | evacueerde |
| wij | evacueerden |
| jullie | evacueerden |
| zij | evacueerden |
Voltooide tijd
| ik | heb geëvacueerd |
| jij | hebt geëvacueerd |
| hij/zij/het | heeft geëvacueerd |
| wij | hebben geëvacueerd |
| jullie | hebben geëvacueerd |
| zij | hebben geëvacueerd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had geëvacueerd |
| jij | had geëvacueerd |
| hij/zij/het | had geëvacueerd |
| wij | hadden geëvacueerd |
| jullie | hadden geëvacueerd |
| zij | hadden geëvacueerd |
Toekomende tijd
| ik | zal evacueren |
| jij | zult evacueren |
| hij/zij/het | zal evacueren |
| wij | zullen evacueren |
| jullie | zullen evacueren |
| zij | zullen evacueren |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou evacueren |
| jij | zou evacueren |
| hij/zij/het | zou evacueren |
| wij | zouden evacueren |
| jullie | zouden evacueren |
| zij | zouden evacueren |
Oefen evacueren
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
evacueren in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is evacueer. In evacueren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (evacueerde, evacueerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (geëvacueerd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij evacueert, maar evacueer jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van evacueren?
evacueerde (ik, jij, hij/zij/het) en evacueerden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van evacueren?
geëvacueerd, met hebben: ik heb geëvacueerd.
Gebruik je evacueren met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb geëvacueerd, hij heeft geëvacueerd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.