Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Feesten

feesten = to party

Hele werkwoord
feesten
Verleden tijd
feestte · feestten
Voltooide tijd
heeft gefeest

Kort antwoord

Feesten is in het Engels to party. Verleden tijd: feestte (enkelvoud) en feestten (meervoud). Voltooid deelwoord: gefeest, met hebben: ik heb gefeest.

Oefen feesten

Tegenwoordige tijd

ikfeest
jijfeest
hij/zij/hetfeest
wijfeesten
julliefeesten
zijfeesten

Verleden tijd

ikfeestte
jijfeestte
hij/zij/hetfeestte
wijfeestten
julliefeestten
zijfeestten

Voltooide tijd

ikheb gefeest
jijhebt gefeest
hij/zij/hetheeft gefeest
wijhebben gefeest
julliehebben gefeest
zijhebben gefeest

Voltooid verleden tijd

ikhad gefeest
jijhad gefeest
hij/zij/hethad gefeest
wijhadden gefeest
julliehadden gefeest
zijhadden gefeest

Toekomende tijd

ikzal feesten
jijzult feesten
hij/zij/hetzal feesten
wijzullen feesten
julliezullen feesten
zijzullen feesten

Voorwaardelijke wijs

ikzou feesten
jijzou feesten
hij/zij/hetzou feesten
wijzouden feesten
julliezouden feesten
zijzouden feesten

Oefen feesten

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

feesten in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Wij elk weekend met onze vrienden.

  2. Verleden tijd

    Zij gisteren de hele nacht.

  3. Voltooide tijd

    Jullie gisteravond lang .

  4. Bijzin

    Ik ben moe omdat ik gisteren zo lang .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is feest. In feesten staat t voor -en, een van de klanken van 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -te (feestte, feestten) en het voltooid deelwoord eindigt op -t (gefeest).

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van feesten?

feestte (ik, jij, hij/zij/het) en feestten (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van feesten?

gefeest, met hebben: ik heb gefeest.

Gebruik je feesten met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefeest, hij heeft gefeest.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.