Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Fluisteren

fluisteren = to whisper

Hele werkwoord
fluisteren
Verleden tijd
fluisterde · fluisterden
Voltooide tijd
heeft gefluisterd

Kort antwoord

Fluisteren is in het Engels to whisper. Verleden tijd: fluisterde (enkelvoud) en fluisterden (meervoud). Voltooid deelwoord: gefluisterd, met hebben: ik heb gefluisterd.

Oefen fluisteren

Tegenwoordige tijd

ikfluister
jijfluistert
hij/zij/hetfluistert
wijfluisteren
julliefluisteren
zijfluisteren

Verleden tijd

ikfluisterde
jijfluisterde
hij/zij/hetfluisterde
wijfluisterden
julliefluisterden
zijfluisterden

Voltooide tijd

ikheb gefluisterd
jijhebt gefluisterd
hij/zij/hetheeft gefluisterd
wijhebben gefluisterd
julliehebben gefluisterd
zijhebben gefluisterd

Voltooid verleden tijd

ikhad gefluisterd
jijhad gefluisterd
hij/zij/hethad gefluisterd
wijhadden gefluisterd
julliehadden gefluisterd
zijhadden gefluisterd

Toekomende tijd

ikzal fluisteren
jijzult fluisteren
hij/zij/hetzal fluisteren
wijzullen fluisteren
julliezullen fluisteren
zijzullen fluisteren

Voorwaardelijke wijs

ikzou fluisteren
jijzou fluisteren
hij/zij/hetzou fluisteren
wijzouden fluisteren
julliezouden fluisteren
zijzouden fluisteren

Oefen fluisteren

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

fluisteren in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het meisje een geheim in mijn oor.

  2. Verleden tijd

    Wij in de bibliotheek.

  3. Voltooide tijd

    Hij iets tegen zijn vriend .

  4. Verleden tijd

    Ik zachtjes dat ik het niet wist.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is fluister. In fluisteren staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (fluisterde, fluisterden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gefluisterd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij fluistert, maar fluister jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van fluisteren?

fluisterde (ik, jij, hij/zij/het) en fluisterden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van fluisteren?

gefluisterd, met hebben: ik heb gefluisterd.

Gebruik je fluisteren met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefluisterd, hij heeft gefluisterd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.