Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau A2 · Regelmatig

Vervoeging van Fotograferen

fotograferen = to photograph

Hele werkwoord
fotograferen
Verleden tijd
fotografeerde · fotografeerden
Voltooide tijd
heeft gefotografeerd

Kort antwoord

Fotograferen is in het Engels to photograph. Verleden tijd: fotografeerde (enkelvoud) en fotografeerden (meervoud). Voltooid deelwoord: gefotografeerd, met hebben: ik heb gefotografeerd.

Oefen fotograferen

Tegenwoordige tijd

ikfotografeer
jijfotografeert
hij/zij/hetfotografeert
wijfotograferen
julliefotograferen
zijfotograferen

Verleden tijd

ikfotografeerde
jijfotografeerde
hij/zij/hetfotografeerde
wijfotografeerden
julliefotografeerden
zijfotografeerden

Voltooide tijd

ikheb gefotografeerd
jijhebt gefotografeerd
hij/zij/hetheeft gefotografeerd
wijhebben gefotografeerd
julliehebben gefotografeerd
zijhebben gefotografeerd

Voltooid verleden tijd

ikhad gefotografeerd
jijhad gefotografeerd
hij/zij/hethad gefotografeerd
wijhadden gefotografeerd
julliehadden gefotografeerd
zijhadden gefotografeerd

Toekomende tijd

ikzal fotograferen
jijzult fotograferen
hij/zij/hetzal fotograferen
wijzullen fotograferen
julliezullen fotograferen
zijzullen fotograferen

Voorwaardelijke wijs

ikzou fotograferen
jijzou fotograferen
hij/zij/hetzou fotograferen
wijzouden fotograferen
julliezouden fotograferen
zijzouden fotograferen

Oefen fotograferen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

fotograferen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Ik graag de bloemen in onze tuin.

  2. Verleden tijd

    De toerist gisteren de oude kerk.

  3. Voltooide tijd

    Mijn vader de hele familie op het strand .

  4. Bijzin

    Het was heel mooi, toen wij de zonsondergang .

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is fotografeer. In fotograferen staat r voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (fotografeerde, fotografeerden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gefotografeerd).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij fotografeert, maar fotografeer jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van fotograferen?

fotografeerde (ik, jij, hij/zij/het) en fotografeerden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van fotograferen?

gefotografeerd, met hebben: ik heb gefotografeerd.

Gebruik je fotograferen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gefotografeerd, hij heeft gefotografeerd.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.