Level A2 · Regular
Fotograferen conjugation
fotograferen = to photograph
- Infinitive
- fotograferen
- Past
- fotografeerde · fotografeerden
- Perfect
- heeft gefotografeerd
Quick answer
Fotograferen means to photograph. Past tense: fotografeerde (singular) and fotografeerden (plural). Past participle: gefotografeerd, with hebben: ik heb gefotografeerd.
Practise fotograferenPresent (tegenwoordige tijd)
| ik | fotografeer |
| jij | fotografeert |
| hij/zij/het | fotografeert |
| wij | fotograferen |
| jullie | fotograferen |
| zij | fotograferen |
Past (verleden tijd)
| ik | fotografeerde |
| jij | fotografeerde |
| hij/zij/het | fotografeerde |
| wij | fotografeerden |
| jullie | fotografeerden |
| zij | fotografeerden |
Perfect (voltooide tijd)
| ik | heb gefotografeerd |
| jij | hebt gefotografeerd |
| hij/zij/het | heeft gefotografeerd |
| wij | hebben gefotografeerd |
| jullie | hebben gefotografeerd |
| zij | hebben gefotografeerd |
Past perfect (voltooid verleden tijd)
| ik | had gefotografeerd |
| jij | had gefotografeerd |
| hij/zij/het | had gefotografeerd |
| wij | hadden gefotografeerd |
| jullie | hadden gefotografeerd |
| zij | hadden gefotografeerd |
Future (toekomende tijd)
| ik | zal fotograferen |
| jij | zult fotograferen |
| hij/zij/het | zal fotograferen |
| wij | zullen fotograferen |
| jullie | zullen fotograferen |
| zij | zullen fotograferen |
Conditional (voorwaardelijke wijs)
| ik | zou fotograferen |
| jij | zou fotograferen |
| hij/zij/het | zou fotograferen |
| wij | zouden fotograferen |
| jullie | zouden fotograferen |
| zij | zouden fotograferen |
Practise fotograferen
Six quick forms. Type the answer, press Enter and see straight away if it is right.
Present
How this verb works
- Regular verb. The stem is fotografeer. The infinitive fotograferen has r before -en, which is not in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), so the past tense takes -de (fotografeerde, fotografeerden) and the participle ends in -d (gefotografeerd).
- When jij comes after the verb, the -t drops: jij fotografeert, but fotografeer jij?
Questions about Dutch verbs
What is the past tense of fotograferen?
fotografeerde (ik, jij, hij/zij/het) and fotografeerden (wij, jullie, zij).
What is the past participle of fotograferen?
gefotografeerd, with hebben: ik heb gefotografeerd.
Is fotograferen used with hebben or zijn?
With hebben: ik heb gefotografeerd, hij heeft gefotografeerd.
More verbs
All verbsAll verbs A to ZSeparable verbs: rules and checkerDe or het checker
Want to stop looking words up?
The free level test shows where your Dutch is now and what to learn next.
Forms checked against Wiktionary. Compound tenses use the fixed forms of hebben, zijn, zullen and zou.