Dutch Fluency
Vind mijn niveauNiveau
Inloggen

Niveau B1 · Regelmatig

Vervoeging van Gillen

gillen = to scream

Hele werkwoord
gillen
Verleden tijd
gilde · gilden
Voltooide tijd
heeft gegild

Kort antwoord

Gillen is in het Engels to scream. Verleden tijd: gilde (enkelvoud) en gilden (meervoud). Voltooid deelwoord: gegild, met hebben: ik heb gegild.

Oefen gillen

Tegenwoordige tijd

ikgil
jijgilt
hij/zij/hetgilt
wijgillen
julliegillen
zijgillen

Verleden tijd

ikgilde
jijgilde
hij/zij/hetgilde
wijgilden
julliegilden
zijgilden

Voltooide tijd

ikheb gegild
jijhebt gegild
hij/zij/hetheeft gegild
wijhebben gegild
julliehebben gegild
zijhebben gegild

Voltooid verleden tijd

ikhad gegild
jijhad gegild
hij/zij/hethad gegild
wijhadden gegild
julliehadden gegild
zijhadden gegild

Toekomende tijd

ikzal gillen
jijzult gillen
hij/zij/hetzal gillen
wijzullen gillen
julliezullen gillen
zijzullen gillen

Voorwaardelijke wijs

ikzou gillen
jijzou gillen
hij/zij/hetzou gillen
wijzouden gillen
julliezouden gillen
zijzouden gillen

Oefen gillen

Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.

1 van 60 ✓

Tegenwoordige tijd

ik

gillen in een zin

Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.

  1. Tegenwoordige tijd

    Het kleine meisje van plezier op de draaimolen.

  2. Verleden tijd

    Toen de muis door de keuken rende, ik heel hard.

  3. Voltooide tijd

    De kinderen de hele rit in de achtbaan .

  4. Verleden tijd

    De fans van opwinding toen de zanger op het podium kwam.

Zo werkt dit werkwoord

  • Regelmatig werkwoord. De stam is gil. In gillen staat l voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (gilde, gilden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gegild).
  • Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij gilt, maar gil jij?

Vragen over werkwoorden

Wat is de verleden tijd van gillen?

gilde (ik, jij, hij/zij/het) en gilden (wij, jullie, zij).

Wat is het voltooid deelwoord van gillen?

gegild, met hebben: ik heb gegild.

Gebruik je gillen met hebben of zijn?

Met hebben: ik heb gegild, hij heeft gegild.

Meer werkwoorden

Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker

Wil je niet meer alles opzoeken?

De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.

Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.