Niveau B1 · Regelmatig
Vervoeging van Grazen
grazen = to graze
- Hele werkwoord
- grazen
- Verleden tijd
- graasde · graasden
- Voltooide tijd
- heeft gegraasd
Kort antwoord
Grazen is in het Engels to graze. Verleden tijd: graasde (enkelvoud) en graasden (meervoud). Voltooid deelwoord: gegraasd, met hebben: ik heb gegraasd.
Oefen grazenTegenwoordige tijd
| ik | graas |
| jij | graast |
| hij/zij/het | graast |
| wij | grazen |
| jullie | grazen |
| zij | grazen |
Verleden tijd
| ik | graasde |
| jij | graasde |
| hij/zij/het | graasde |
| wij | graasden |
| jullie | graasden |
| zij | graasden |
Voltooide tijd
| ik | heb gegraasd |
| jij | hebt gegraasd |
| hij/zij/het | heeft gegraasd |
| wij | hebben gegraasd |
| jullie | hebben gegraasd |
| zij | hebben gegraasd |
Voltooid verleden tijd
| ik | had gegraasd |
| jij | had gegraasd |
| hij/zij/het | had gegraasd |
| wij | hadden gegraasd |
| jullie | hadden gegraasd |
| zij | hadden gegraasd |
Toekomende tijd
| ik | zal grazen |
| jij | zult grazen |
| hij/zij/het | zal grazen |
| wij | zullen grazen |
| jullie | zullen grazen |
| zij | zullen grazen |
Voorwaardelijke wijs
| ik | zou grazen |
| jij | zou grazen |
| hij/zij/het | zou grazen |
| wij | zouden grazen |
| jullie | zouden grazen |
| zij | zouden grazen |
Oefen grazen
Zes snelle vormen. Typ het antwoord, druk op Enter en zie meteen of het goed is.
Tegenwoordige tijd
grazen in een zin
Vul de juiste vorm in. De zin laat zien wie het doet en wanneer.
Zo werkt dit werkwoord
- Regelmatig werkwoord. De stam is graas. In grazen staat z voor -en, en die zit niet in 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dus de verleden tijd krijgt -de (graasde, graasden) en het voltooid deelwoord eindigt op -d (gegraasd).
- Staat jij achter het werkwoord, dan valt de -t weg: jij graast, maar graas jij?
Vragen over werkwoorden
Wat is de verleden tijd van grazen?
graasde (ik, jij, hij/zij/het) en graasden (wij, jullie, zij).
Wat is het voltooid deelwoord van grazen?
gegraasd, met hebben: ik heb gegraasd.
Gebruik je grazen met hebben of zijn?
Met hebben: ik heb gegraasd, hij heeft gegraasd.
Meer werkwoorden
Alle werkwoordenAlle werkwoorden A tot ZScheidbare werkwoorden: regels en checkerDe of het checker
Wil je niet meer alles opzoeken?
De gratis niveautest laat zien waar je Nederlands nu staat en wat je hierna leert.
Vormen gecontroleerd met Wiktionary. Samengestelde tijden gebruiken de vaste vormen van hebben, zijn, zullen en zou.